Het kabinet wil geen maximum instellen voor buitenlands eigendom van Nederlandse containerterminals. Volgens minister Vincent Karremans is dat beter voor de concurrentiepositie van Nederlandse havens en blijft Nederland daarmee aantrekkelijk voor investeerders.
Extra bescherming voor terminals
Om de weerbaarheid van de Nederlandse havens te vergroten, wil het kabinet meer containerterminals onder aanvullende wet- en regelgeving brengen. Hierdoor kan beter toezicht worden gehouden op cyberveiligheid, buitenlandse investeringen en andere veiligheidsrisico’s.
Ook wil het kabinet belangrijke containerterminals onder de Wet veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames (Wet Vifo) laten vallen. Daarmee kunnen investeringen en overnames worden getoetst op mogelijke risico’s voor de nationale veiligheid. Daarnaast zet Nederland zich in Europees verband in voor een strengere screening van buitenlandse investeringen en een betere bescherming van strategische haveninfrastructuur.
Kijk breder dan nationale veiligheid
TLN onderschrijft het belang van een sterke en weerbare havensector. Tegelijkertijd vindt TLN dat investeringen in terminals niet alleen moeten worden beoordeeld vanuit het perspectief van nationale veiligheid.
Fay van Dongen, clustermanager Mainports bij TLN: ‘Voor onze leden die actief zijn in containerlogistiek draait het uiteindelijk om betrouwbare, toegankelijke en goed functionerende containerterminals. Beslissingen over capaciteit, digitalisering, bereikbaarheid en achterlandverbindingen hebben direct invloed op de concurrentiekracht van Nederland als logistiek knooppunt. Daarom vinden wij dat bij investeringen en overnames niet alleen veiligheidsrisico's, maar ook het economische en logistieke belang van Nederland expliciet moet worden meegewogen.’
Pleidooi voor een Rotterdamtoets
TLN heeft eerder gepleit voor een zogeheten Rotterdamtoets. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar eigendom of nationale veiligheid, maar ook naar de vraag of investeringen bijdragen aan de betrouwbaarheid, weerbaarheid en concurrentiekracht van de Nederlandse logistieke ketens.


