Collegiale inleen

De eis van dienstbetrekking brengt met zich mee dat Nederlandse vergunninghouders voor beroepsgoederenvervoer over de weg alleen gebruik mogen maken van chauffeurs die bij hen in dienstbetrekking zijn.

​​​​Chauffeurs dienen ten bewijze daarvan te beschikken over een verklaring van dienstbetrekking. Op deze hoofdregel bestaan twee uitzonderingen: inleen van een chauffeur van een uitzendbureau dat beschikt over een aanwijzingsbeschikking van het ministerie van I&M en de zogenaamde collegiale inleen.

De collegiale inleen wordt nader omschreven in artikel 13 van de Regeling wegvervoer goederen: 'een werknemer die voor beperkte tijd bij wijze van hulpbetoon zonder winstoogmerk aan een vergunninghouder ter beschikking is gesteld door een andere vergunninghouder bij wie die werknemer in dienstbetrekking is en die ten bewijze daarvan een verklaring van dienstbetrekking kan tonen'.

Per 1 juli a.s. zal in de Regeling wegvervoer goederen het begrip 'voor beperkte tijd' worden vervangen door een termijn van maximaal 6 weken.

TLN adviseert om in het concrete geval te bezien of de collegiale inleen daadwerkelijk het karakter heeft van 'hulpbetoon'​. Het is niet de bedoeling van de regeling dat deze structureel wordt ingezet, waarbij collegiale inleen onderdeel uitmaakt van de normale bedrijfsvoering.

Gerelateerde onderwerpen

Arbeidsmarkt