Meer kilometers door stedelijke planning

De geplande 'knip' voor doorgaand verkeer op de Prins Hendrikkade, die doorgaand verkeer van oost naar west en terug onmogelijk maakt, leidt in het centrum van Amsterdam tot extra transportkosten van ongeveer 4 miljoen euro per jaar.

Update 25 september: Verslaggever Roos Abelman reed een ochtend mee met chauffeur Marco Kamperdijk van Veldhuizen Transport.
Kamperdijk moet dagelijks in de desbetreffende buurt laden en lossen. 'Als we hier niet meer kunnen rijden, dan kunnen we er bijna niet meer komen. Als je pech hebt, rijd je dan een paar keer per dag zo'n twee, drie kilometer om', zegt vrachtwagenchauffeur Marco Kamperdijk.​ Klik hier om het volledige filmpje te bekijken. (Bron: BNR.)

TLN-voorzitter Arthur van Dijk heeft vanmorgen een reactie gegeven op ondergaand persbericht op BNR Nieuwsradio . Klik op http://www.bnr.nl/?service=player&type=fragment&articleId=2671036&audioId=2671035 om het interview te beluisteren.

De geplande 'knip' voor doorgaand verkeer op de Prins Hendrikkade, die doorgaand verkeer van oost naar west en terug onmogelijk maakt, leidt in het centrum van Amsterdam tot extra transportkosten van ongeveer 4 miljoen euro per jaar. Verkeer wordt gedwongen om via de zogenaamde Stadshartlus of de Michiel de Ruytertunnel te gaan rijden. Door deze maatregel moet het bevoorradend verkeer flink omrijden om in het centrum van west naar oost of van oost naar west te gaan.

Deze situatie is een helder voorbeeld van een ontwikkeling die TLN vaker ziet. Bij stedelijke planning wordt te weinig rekening gehouden met de veranderende mobiliteitsvraagstukken in de binnenstad.

Het afrijden van de Stadshartlus betekent ongeveer 4 extra kilometers en kost in het gunstigste geval ongeveer 20 minuten omrij-tijd. Om winkels en horeca te bevoorraden rijden dagelijks ongeveer 1.000 vrachtauto's het centrum van Amsterdam in. Daarmee krijgt de Stadshartlus een zware verkeersintensiteit te verwerken. Bovendien zorgen extra kilometers ook voor extra uitstoot. Op jaarbasis leidt dit tot ongeveer 4 miljoen euro aan extra kosten.

Omrijden via de toekomstige Michiel de Ruytertunnel kost ook extra rijtijd en kilometers. Bovendien zijn de viaducten aan weerszijden van het Centraal Station te laag om al het vrachtverkeer te verwerken. Er zijn plannen om dit te verbeteren, maar de planning is nog niet bekend.

Nationaal
Ook in andere grote en middelgrote steden ziet TLN te weinig samenhang tussen stedelijke planning en de veranderende mobiliteitsvragen. TLN schat dat deze problematiek jaarlijks leidt tot 25 – 30 miljoen euro extra kosten, die te vermijden zijn door een betere aansluiting tussen mobiliteits-vraagstukken en planning en natuurlijk is TLN bereid om hierover met relevante partijen te praten en mee te denken over oplossingen.

Alternatieven
TLN pleit voor verbetering van de bevoorradingsefficiëntie in de stad. Daarmee verbetert ook de verkeersveiligheid en leefbaarheid. Maatregelen die hiervoor kunnen worden ingezet zijn bijvoorbeeld:
• Logistieke ontkoppelpunten (LOP's) aan de rand van de stad waar vracht kan worden overgeladen naar kleinere voertuigen die minder hinder veroorzaken.
• Goederenuitgiftepunten (GUP's) voor de distributie van losse pakketten voor een bepaald winkelgebied in het centrum van de stad.
• Logistieke lussen of –routes, inclusief slimme laad- en losplaatsen die aansluiten op het hoofdroutesysteem. Die kunnen kleinere en schonere voertuigen faciliteren om de binnenstad tijdens de venstertijden met een maximum snelheid van 30 km per uur te bevoorraden.

Gerelateerde onderwerpen

Stedelijke distributie