TLN: 'Nauwelijks extra middelen voor oplossen grote knelpunten'

Het kabinet gaat het oplossen van enkele grote knelpunten in het wegennet onderzoeken, maar reserveert hiervoor nauwelijks extra middelen.

​Dit concluderen Transport en Logistiek Nederland (TLN) en verladersorganisatie EVO na het lezen van de op Prinsjesdag gepresenteerde begroting voor infrastructuur en het MIRT Projectenboek.

Positief is dat de knelpunten op bijvoorbeeld de A2 en A20 nu in het Rijksinvesteringsprogramma worden onderzocht. De extra middelen om deze knelpunten daadwerkelijk te kunnen oplossen lijken echter beperkt. Daarvoor is na 2028 een bedrag van 1,4 miljard euro beschikbaar, maar daar moeten ook eventuele tegenvallers mee worden opgevangen.

Eerder dit jaar stuurden TLN en EVO samen met andere organisaties een brandbrief naar minister-president Rutte met de oproep om structureel meer te investeren in mobiliteit, om de toenemende mobiliteitsbehoefte op te vangen en de positie van Nederland als logistieke mainport te verstevigen.

 

Vertaling begroting voor infrastructuur en het MIRT Projectenboek per regio:

Utrecht: hard gewerkt aan robuust wegennet

TLN en EVO constateren dat belangrijke projecten in Utrecht die hoog scoren in de top-20 van duurste files voor het vervoerend en het verladend bedrijfsleven allemaal zijn opgenomen in het MIRT. Bijvoorbeeld de opwaardering van de Ring Utrecht, de verbreding van de A27/A1 en de aanpak van het knooppunt Hoevelaken.

Daarmee wordt hard gewerkt aan een robuust wegennet in de regio Utrecht. De komende jaren wordt het vooral zaak om deze projecten zo snel mogelijk te realiseren en bovendien aandacht te hebben voor aansluitingen van opgewaardeerde snelweg op het onderliggend wegennet. TLN en EVO roepen de regionale overheden en het Rijk op om samen de knelpunten te inventariseren en mogelijke oplossingen te bepalen.

Files rondom Utrecht moeten wat TLN en EVO betreft tot een minimum worden beperkt om onze economie maximaal te laten renderen zonder daarbij de leefbaarheid voor burgers nodeloos zwaar te belasten. De plannen van het Rijk ter verbreding van de Ring rondom Utrecht zijn daarom cruciaal. Bovendien is het mobiliteitsplan van de stad Utrecht voor haar succes ook afhankelijk van meer capaciteit en doorstroming op de snelwegen om de stad. EVO en TLN hebben zorgen of deze samenhang voldoende in de uitwerking van beide plannen zal worden meegenomen.

Overijssel en Gelderland: haast maken met investeringen infrastructuur

Infraprojecten die voor vervoerders en verladers en voor de regionale economie in Overijssel van belang zijn, zijn de N50 tussen Hattemerbroek en Flevoland en de N35, de belangrijkste verbinding tussen de regio’s Zwolle/Kampen en Twente. Met name het spoorknooppunt Raalte/N35 vormt een probleem en de Provincie Overijssel heeft zich bereid getoond om fors bij te dragen aan de aanpak van dit knelpunt. Ondernemers in Overijssel riepen eerder deze maand het kabinet op om deze handschoen op te pakken. Dat is helaas niet gebeurd.

In Gelderland ontstaan ook nieuwe infrastructurele knelpunten: het wegennet in de regio Arnhem-Nijmegen is nog steeds zeer kwetsbaar zonder doorgetrokken A15. Op de A12 tussen Waterberg en Oud-Dijk staat het verkeer regelmatig muurvast. De doortrekking van de A15 en de bijbehorende verbreding van de A12 moeten er zo snel mogelijk komen. Knelpunten in Gelderland die wat TLN en EVO betreft door regionale overheden en het Rijk gezamenlijk opgepakt moeten worden, zijn het knooppunt Bankhoef (A50-A326) en de aansluiting A1-A30 bij Barneveld.

Noord-Nederland: infrastructuur nog niet ‘af’

In het noorden is de afgelopen jaren flink geïnvesteerd in infrastructuur waardoor de bereikbaarheid is verbeterd. TLN en EVO zijn zeer te spreken over het feit dat de N33 tussen Zuidbroek en Appingedam is opgenomen in het MIRT. Maar daarmee is de infrastructuur in Noord-Nederland nog niet ‘af’, aldus TLN en EVO.

Voor vervoerders en verladers en voor de regionale economie in Noord-Nederland is het vergroten van de capaciteit van de A28 tussen De Punt en Groningen van belang. Een ander pijnpunt in Noord-Nederland is de Scharsterrijnbrug in de A6 bij Joure, die aan het einde van de levensduur zit en vervangen zou moeten worden door een aquaduct. TLN en EVO roepen regionale overheden en het Rijk op om gezamenlijk te bekijken welke knelpunten zich op de A28 en bij de Scharsterrijnbrug voordoen en hoe die het beste opgelost kunnen worden. 

Zuid-Holland: flinke stappen gezet, maar investeren blijft nodig

In de provincie Zuid-Holland zijn de afgelopen jaren flinke stappen gezet naar een robuuster wegennet. Zo is de A4 Midden-Delfland eind 2015 in gebruik genomen en zijn belangrijke knopen doorgehakt in het proces dat voor de realisatie van de Blankenburgverbinding (A24) en de A16 Rotterdam wordt doorlopen. TLN en EVO verwachten van het kabinet dat ook de komende jaren fors wordt geïnvesteerd in de infrastructuur van Zuid-Holland. De organisaties nemen daarbij zelf ook hun verantwoordelijkheid, door een actieve bijdrage te leveren aan het programma Beter Benutten, dat als doel heeft om de bestaande infrastructuur beter te benutten.

De A15 tussen Papendrecht en Sliedrecht-Oost is nieuw opgenomen in het MIRT. Hierover zijn afspraken gemaakt tussen Rijk en regio om de capaciteit uit te breiden. TLN en EVO zijn hierover zeer te spreken, maar willen dat door Rijk en regio ook naar het traject tussen Sliedrecht-Oost en het knooppunt Gorinchem wordt gekeken.

TLN en EVO zijn eveneens tevreden over het feit dat de A20 tussen Nieuwerkerk aan den IJssel en het knooppunt Gouwe als verkenning is opgenomen in het MIRT en roepen minister Schultz van Haegen op om samen met de regio door te pakken met de verkenning, zodat zij nog voordat zij als minister aftreedt de startbeslissing voor dit traject kan nemen.

TLN en EVO maken zich wel zorgen over de vertraging van de start van de A4 passage Haaglanden met een jaar (openstelling nu verwacht in 2025-2027). Door het toegenomen verkeer sinds de openstelling van de A4 Midden-Delfland loopt juist deze passage steeds vaker vast.

Zuid-Nederland: investeer in bereikbaarheid

TLN en EVO zijn positief over het feit dat in het MIRT een onderzoek is opgenomen naar de problemen op de A2 tussen Den Bosch en Deil. Wat de organisaties wel zorgen baart, is de toenemende verkeersdruk op de A4 en de A58 bij Bergen op Zoom. De wegen staan nu nog niet in de top-20 van duurste files van Nederland voor het vervoerend en verladend bedrijfsleven, maar de verwachting is wel dat aanhoudende economische groei op termijn voor problemen gaat zorgen. De capaciteit bij het knooppunt Zoomland (A4-A58) schiet dan tekort. Er is slechts één rijstrook beschikbaar vanuit noordelijke richting.

Naast capaciteitsuitbreiding van dit knooppunt moet volgens TLN en EVO ook het wegvak tussen de knooppunten Zoomland en Markiezaat worden aangepast, bijvoorbeeld door in- en uitvoegstroken te verlengen of een extra rijstrook aan te leggen. TLN en EVO roepen de regionale overheden en het Rijk op om hier samen werk van te maken. Datzelfde geldt voor de bereikbaarheid van de Brainport Eindhoven en de provincie Limburg. Een onderzoek naar de capaciteitsproblemen op de A2 tussen Maasbracht en Leenderheide is wat TLN en EVO betreft broodnodig. Dit sluit ook aan bij de algehele opwaardering van de A2 tussen Amsterdam en Maastricht.

Noord-Holland: Randstad goed ontsluiten

In Noord-Holland is de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in infrastructuur en er wordt op diverse plaatsen hard gewerkt om de capaciteit van het wegennet te vergroten. Twee projecten die ontbreken in het MIRT, maar die al jaren op de wensenlijst van TLN en EVO staan, zijn de aanpak van de A10 Noord en de opwaardering van de A1 door ’t Gooi. De eerste kan voor een flinke ontlasting zorgen van de verkeersdruk rond Amsterdam en de verbinding van Noord-Holland met Amsterdam en Utrecht. De A1 door ’t Gooi zal een groot knelpunt vormen als het project A1-A6-A9 is gerealiseerd en de A1 tussen Eemnes en Hoevelaken is verbreed.

TLN en EVO streven naar een robuust netwerk in de metropool Amsterdam. Een verbinding zoals de A8-A9 (Motie Visser/Hoogland) hoort daarbij. De regionale partijen leveren al een zeer grote financiële bijdrage. TLN en EVO vragen zich af of het project gerealiseerd kan worden zonder rijksbijdrage. Zij vragen het rijk hierin te participeren om het netwerk in de metropool te vervolmaken.

Zeker nu in de begroting van I&M gesteld wordt dat deze investeringsruimte, als gevolg van de verlenging van het infrafonds, in eerste instantie niet bedoeld is voor regionale, lokale infrastructuur. Dit is jammer, want ook regionale infrastructuur en verbindingen vormen belangrijke schakels in het netwerk van bovenregionale verbindingen. Dit hebben rijk en regio eerder samen al geconstateerd in bijvoorbeeld de MONA-studie. Daarmee hebben deze regionale verbindingen ook een groot belang hebben voor de bereikbaarheid en concurrentiepositie van de MRA (A8-A9, Duinpolderweg).

Gerelateerde onderwerpen

Infrastructuur