Hoogtemeldingen tunnels vaak genegeerd

Bijna 11.000 keer hebben vrachtautochauffeurs vorig jaar getracht met een te hoog voertuig een lage tunnel in te rijden, met vele afsluitingen tot gevolg


Bijna 11.000 keer hebben vrachtautochauffeurs vorig jaar getracht met een te hoog voertuig een lage tunnel in te rijden, met vele afsluitingen tot gevolg. De schades aan de tunnel bedragen volgens Rijkswaterstaat gemiddeld 22.000 euro, maar kunnen oplopen tot ruim 40.000 euro. Daarnaast veroorzaken de afsluitingen ergernis en economische schade vanwege vertraging voor het overige (vracht)verkeer op de tunnelroutes. Gemiddeld duurt een stremming een kwartier. De meeste hoogtemeldingen doen zich voor bij Velsertunnel, waarin in 2014 ruim 9.000 keer een te hoog voertuig in werd gesignaleerd. Ook de eerste Coentunnel (564 keer), de Drechttunnel (303 keer), de Swalmentunnel (178 keer) en de Roertunnel (173 keer) zijn tunnels waar het vaak mis gaat.  

Velsertunnel

Bij de Velsertunnel is de oorzaak van de dele hoogtemeldingen waarschijnlijk de relatief beperkte vrije ruimte. Met een totale hoogte van 4.17m staat de detectie bij de Velsertunnel ingesteld op 4.07 m. Na renovatie van de tunnel in 2016 is de doorrijdhoogte naar verwachting met 0,12 m  toegenomen en kan de detectie worden verhoogd naar 4.19 m.

Coentunnel

Gewenning kan een mogelijke reden zijn voor de hoogtemeldingen bij de Coentunnel. Tijdens de renovatie van de oude Coentunnel is al het (vracht)verkeer tijdelijk via de Tweede Coentunnel gegaan. Een deel van het vrachtverkeer dat te hoog zou zijn geweest voor de oude Coentunnel kon wél door de nieuwe en hogere tunnel. De gebruikelijke alternatieven voor te hoge vrachtwagens waren in die periode niet nodig. Waarschijnlijk is het vrachtverkeer hieraan gewend geraakt. De nu weer geopende en gerenoveerde (oude) Coentunnel is even hoog als voorheen. Het feit dat deze lager is dan de Tweede Coentunnel kan een reden zijn voor de toename van het aantal meldingen.

Marge

Voor vrachtauto's geldt een wettelijke maximumhoogte van 4 meter. TLN wijst erop dat in de praktijk vrachtauto's toch hoger kunnen zijn, door bijvoorbeeld opbollende of wapperende dekzeilen of in- en uitveren als gevolg van hobbels in het wegdek. Daarom wordt er bij de controle op de hoogte altijd rekening gehouden met een marge van enkele centimeters. Voor hoger beladen vrachtauto's is een ontheffing van de RDW nodig. De vervoerder moet zich er dan altijd zelf van vergewissen of de route voor dergelijke exceptioneel transport geschikt is.

Handhaving

TLN vindt dat een betere naleving nodig is van de wettelijke maximumhoogte voor vrachtauto's van 4 meter. Te hoge vrachtauto's leiden tot ergernis, schade aan tunnels en economische schade vanwege vertraging voor het overige verkeer (ook andere vrachtauto's) op de tunnelroutes. Overtredingen kunnen ook tot concurrentievervalsing binnen de transportsector leiden. TLN pleit voor onder meer de volgende maatregelen:

  • Meer aandacht van verladers, vervoerders en chauffeurs voor de wettelijke maximumhoogte voor vrachtauto's van 4 meter
  • Uitgebreide communicatie naar verladers, vervoerders en chauffeurs over de (verschillen in) doorrijdhoogtes van de diverse tunnelbuizen
  • Meer handhaving op de werkelijke hoogtes van vrachtauto's op trajecten waar het vaak mis gaat
  • Betere analyse van de groep overtreders. Zijn er specifieke bedrijven of deelsegmenten in de transportsector die vaak te hoog zijn beladen? Als dit in beeld is kunnen deze groepen gericht worden benaderd

TLN gaat hierover het overleg aan met Rijkswaterstaat.

 

Gerelateerde onderwerpen

Infrastructuur