Onderzoek PWC: Nederland hoogste tarieven voor importcontroles

Euros

Op 18 november is het rapport Internationale Vergelijking Kosten Keuring en Toezicht NVWA en Toets aan Maat Houden aangeboden aan de Tweede Kamer.

TLN/FENEX: De overheid houdt bij vaststellen van de tarieven geen rekening met effect internationale concurrentiepositie.

Op 18 november is het rapport Internationale Vergelijking Kosten Keuring en Toezicht NVWA en Toets aan Maat Houden aangeboden aan de Tweede Kamer. Hieruit blijkt wederom dat de kosten voor importcontroles in Nederland vele malen hoger liggen dan in omringende landen. Ook blijkt dat aan belangrijke voorwaarden van de overheidsrichtlijn voor het doorberekenen van inspectielasten niet wordt voldaan. Toch concludeert Staatssecretaris Van Dam dat de tarieven van de NVWA internationaal gezien niet uit de pas lopen en dat ‘op een enkel onderdeel na’ voldoen aan Maat Houden. TLN/FENEX ziet zich dan ook genoodzaakt om een beroep te doen op de Tweede Kamer om de kosten voor importcontroles bij te sturen.

Kosten importcontroles aanzienlijk hoger

Uit het onderzoek van PWC blijkt dat de totale kosten voor importcontroles in totaal bijna zeven keer hoger liggen dan in België (13,6 miljoen tegen 2,3 miljoen). Gecorrigeerd tegen de importwaarde van de goederen liggen deze kosten in Nederland nog steeds zo’n 43 % hoger. De Europese Unie schrijft voor importcontroles minimumtarieven voor. In Nederland liggen de tarieven voor importcontroles het hoogst boven deze minimumtarieven.

Tarieven NVWA niet conform Maat Houden

Het kabinet kent een richtlijn voor het doorberekenen van inspectielasten: ‘Maat Houden’. Het onderzoek van PWC wijst uit dat aan essentiële criteria van Maat Houden niet wordt voldaan. Zo concludeert PWC dat geen rekening gehouden wordt met het effect van de tarieven op de internationale concurrentiepositie van het Nederlandse bedrijfsleven.

TLN/FENEX waarschuwt al jaren voor het nadelige concurrentiële effect van de hoge tarieven van importcontroles. Het is dan ook zorgwekkend dat bij het vaststellen van de tarieven hier helemaal geen rekening mee gehouden wordt. Hiernaast is het ronduit teleurstellend dat in het rapport verwezen wordt naar een onderzoek van de Europese Commissie uit 2009 waaruit blijkt dat de prijsverschillen toen niet concurrentieverstorend werken. Dit onderzoek is immers al vele tariefsverhogingen geleden gedaan.

Ook blijkt uit het onderzoek van PWC dat de beïnvloedbaarheid van de tarieven door bedrijven en prikkel tot kostenbeheersing niet volledig geborgd zijn. TLN/FENEX vinden het verassend dat, ondanks dat aan deze belangrijke criteria van Maat Houden niet voldaan wordt, toch wordt geconcludeerd dat de richtlijn ‘grotendeels’ wordt nageleefd. Van het bedrijfsleven wordt immers toch ook verwacht dat zij wet- en regelgeving volledig naleven en niet grotendeels.

Raad van State

Recentelijk concludeerde de Raad van State (RvS) dat de wijze waarop de tarieven van de NVWA worden doorbelast niet conform de richtlijn Maat Houden is. Het bedrijfsleven betaalt immers ook de rekening voor diverse indirecte kosten van de NVWA terwijl dit geen voordeel oplevert voor een specifieke groep of individu. Hierdoor wordt niet voldaan aan het profijtbeginsel, een voorwaarde om tarieven door te mogen belasten. De RvS stelde dan ook dat zij zonder verdere toelichting niet inziet waarom het bedrijfsleven de rekening voor deze indirecte kosten zou moeten betalen.

Tweede Kamer aan zet

TLN/FENEX roept de Tweede Kamer op om zeer kritisch naar de aanbiedingsbrief van Staatsecretaris van Dam te kijken. De tarieven voor importcontroles lopen internationaal gezien uit de pas en zijn niet conform Maat Houden. Wij doen een dringend beroep op de Tweede Kamer om, conform de conclusies van de RvS, de tarieven van de NVWA bij te sturen.

Gerelateerde onderwerpen

Zeehavenlogistiek; Toezicht en handhaving