Recente columns

 

WWZ: over de druppel en de kloof

Het kan u haast niet zijn ontgaan, de massale media-aandacht de afgelopen weken voor de vorig jaar ingevoerde Wet Werk en Zekerheid. Deze wet heeft het arbeidsrecht ingrijpend veranderd.

​​Na ruim een jaar praktijkervaringen te hebben opgedaan met de WWZ zijn kritische signalen vanuit werkgevers, de rechterlijke macht en advocatuur realiteit geworden. Onlangs vond er overleg plaats in de Tweede Kamer met minister Asscher. Helaas werden die ervaringen teveel weggewuifd met politieke statements waar geen ondernemer of werknemer wat aan heeft.

Er zijn rapporten volgeschreven met de praktijkervaringen en die wijzen allemaal in dezelfde richting. De rode draad is dat de wijziging van het ontslagrecht ertoe heeft geleid dat het in de praktijk heel erg moeilijk is geworden om een ontslag te realiseren. Advocaten geven aan dat het perfecte dossier zelden voorkomt. Ook bij grote werkgevers trouwens. Dat maakt werkgevers kopschuw bij het in dienst nemen van mensen. En zo wordt de trend in flexibilisering niet gekeerd en wordt de kloof tussen vast en flexibel niet gedicht.

Dat laatste is aanleiding geweest voor een roep om flexibiliteit duurder te maken, bijvoorbeeld door de transitievergoeding ook toe te kennen aan contractanten die nog geen 2 jaar in dienst zijn. Of dat er een eind gemaakt moet worden aan payrolling, of aan zzp’ers. Een voorspelbare reactie, maar moet men zich niet eens afvragen of de minister wel aan de juiste knoppen draait? Het zou juist aantrekkelijker moeten worden om mensen in dienst te nemen. Ik riep de minister vorig jaar al op om de balans te herstellen. 

De eerste stappen zijn gezet met de opdracht aan de SER om naar de loonbetaling bij ziekte te kijken. Een volgende stap is de gerezen kritiek op de WWZ serieus te nemen en de wet aan te passen. 

Maak ontslag ook een reële optie als er geen perfect dossier is. Wie wil er werken bij een bedrijf dat elk gesprek schriftelijk vastlegt? Straf een einde dienstverband na 2 jaar loonbetaling en reïntegratietraject niet af met een transitievergoeding. En zorg dat seizoensarbeiders aan de slag komen door een aanpassing in de ketenregeling. Op dit laatste punt is nog geen zicht omdat de minister nog steeds hoopt dat sociale partners de seizoensarbeid binnen de huidige wetgeving kunnen oplossen. Wij hopen dat uiteraard ook maar de wet biedt hiervoor praktisch geen mogelijkheden. 

Positief is dat de minister erkent dat de transitievergoeding na 2 jaar ziekte onredelijk kan uitpakken voor de werkgever. Hij heeft de Kamer toegezegd vóór 1 juli met een voorstel op dit punt te komen. Dit pijnpunt wordt door veel ondernemers wel als ‘de laatste druppel’ gezien. Hopelijk wordt deze druppel het begin van een stortvloed aan verlichtingen voor werkgevers die de kloof daadwerkelijk gaat dichten.

2016
06