Recente ontwikkelingen

 

Naar nieuws

Brexit

Op 23 juni 2016 hebben kiezers in Groot-Brittannië zich in een referendum uitgesproken om de Europese Unie te verlaten; de Britse exit uit de EU, kortweg Brexit moet een feit worden.

​Omdat nog nooit eerder een EU lidstaat heeft aangegeven de EU te willen verlaten, en ook de Britse uitslag een verrassing was, brak er meteen periode van onzekerheid aan. Deze pagina biedt de leden van TLN inzicht in de algemene consequenties van de Brexit, de verschillende scenario’s die er zijn voor de Britse uittreding en indien mogelijk een doorkijk naar de concrete consequenties voor het transport.

Brexit-bijeenkomst in Brussel

Op 29 november organiseerde de Nederlandse vertegenwoordiging in Brussel een bijeenkomst over de Brexit. Want wat gebeurt er nu na het Brexit-referendum? En wat betekent dit voor de BV Nederland?

De Nederlandse vertegenwoordiging in Brussel tracht namens het ons kabinet alle issues van het bedrijfsleven in kaart te brengen en te bundelen, zodat Nederland als lidstaat een officieel standpunt kan ontwikkelen en weet waar ze op in moet zetten op het moment dat de onderhandelingen over de uittreding van Groot-Brittannië van start gaan.

Voor onze sector is de relatie met Groot-Brittannië van groot belang. Het land is voor Nederland het vierde exportland, na Duitsland, België en Frankrijk. Veel leden vervoeren bloemen, planten, levensmiddelen, maar bijvoorbeeld ook auto-onderdelen naar Groot-Brittannië. Daarom moeten we zorgen dat onze export niet in gevaar komt.

TLN zet zich op dit vlak op de volgende punten in:

  • Douane: hoe zit Groot-Brittannië in de douane-afhandeling; wordt dit straks anders?
  • Handel: Gaat Groot-Brittannië een gunstig ondernemersklimaat creëren dat effect heeft op de ladingstroom naar Rotterdam?
  • Calais: blijft de grenscontrole met Groot-Brittannië bij Calais liggen?
  • Schengen: hoe zit het met chauffeurs uit Roemenië en Bulgarije, kunnen zij straks nog steeds naar Groot-Brittannië rijden?

In het kort werd er tijdens de bijeenkomst over de Brexit door het ministerie het volgende gezegd:

  • Voorlopig blijft Groot-Brittannië lid van de EU en blijven alle bestaande EU-regels gelden
  • De Britse regering moet de EU officieel laten weten dat het land de EU wil verlaten – verwacht wordt dat dit in maart gaat gebeuren
  • Groot-Brittannië verlaat de EU pas 2 jaar na de officiële kennisgeving – of eerder, wanneer er een akkoord is met alle 27 EU-landen over terugtreding
  • Wanneer Groot-Brittannië de EU daadwerkelijk verlaat, ontstaat een nieuwe relatie tussen enerzijds Groot-Brittannië en anderzijds de overgebleven EU-landen
  • Met Groot-Brittannië wordt na de officiële kennisgeving onderhandeld over de uittreding en de nieuwe relatie – er zijn dan verschillende scenario’s mogelijk, à la Noorwegen, Zwitserland of Turkije of een verdrag ingericht zoals met Canada (CETA)

De Nederlandse vertegenwoordiging in Brussel zal de komende periode nog een aantal keer een sessie met het bedrijfsleven organiseren, zodat iedereen op de hoogte blijft van de Nederlandse inzet in de onderhandeling met Groot-Brittannië. Ook krijgt de vertegenwoordiging hiermee inzicht in de belangen van het Nederlandse bedrijfsleven. TLN zal hieraan een actieve bijdrage blijven leveren.

Brexit: huidige stand van zaken

Op 23 juni 2016 hebben kiezers in Groot-Brittannië zich in een referendum uitgesproken om de Europese Unie te verlaten. Ze deden dat met een krappe meerderheid van 52 procent.

De Britse premier Theresa May heeft inmiddels aangegeven vóór eind maart 2017 een begin te maken met vertrek uit de Europese Unie (EU). Ze denkt daarbij aan een harde scheiding met de Europese Unie. Een recente uitspraak van de High Court dat de regering-May de brexit niet kan doorvoeren zonder toestemming van het parlement brengt daar volgens haar geen verandering in.

Voorlopig nog geen veranderingen

Voorlopig blijft het Verenigd Koninkrijk (VK) lid van de EU en blijven alle bestaande EU-regels gelden. De Britse regering moet de EU officieel laten weten dat het land de EU wil verlaten.

Het VK verlaat de EU pas twee jaar na officiële kennisgeving (notificatie), of eerder, wanneer er een akkoord is met EU (alle 27) over terugtreding.

Wanneer het VK de EU daadwerkelijk verlaat, ontstaat er een nieuwe relatie tussen de landen. Met het VK wordt na de officiële kennisgeving onderhandeld over de uittreding en over de nieuwe relatie. Zolang het VK niet daadwerkelijk is uitgetreden uit de EU, is er sprake van onzekerheid over de periode van onderhandeling, de toekomstige relatie en de uiteindelijke effecten van uittreding.

Brede effecten van de Brexit op de economie van VK en van EU

Binnen de EU bestaat vrij verkeer van personen, goederen, diensten en kapitaal. Uittreding van het VK kan volgens het Centraal Planbureau (CPB) via verschillende kanalen effecten hebben op de economie van het VK en van de EU. De invloed op de handel is daarvan de belangrijkste.

Daarnaast zijn er effecten op directe buitenlandse investeringen, financiële diensten, onzekerheid, immigratie, liberalisering en regulering, budget en internationale invloed. Die effecten voor het VK en voor de EU zijn hieronder weergegeven.

Vier mogelijke scenario’s voor uittreding

Bij een Brexit vervalt voor het VK na twee jaar de vrije toegang tot de interne EU‐markt voor goederen, diensten en personen. Ook zal het VK buiten de handelsverdragen vallen die de EU met derde landen heeft gesloten.

De handel van en naar het VK zal alleen aan de voorwaarden van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) hoeven te voldoen. Maar het VK en de EU kunnen er voor kiezen om toch bepaalde afspraken te maken over toegang tot de interne EU‐markt. Bovendien kan het VK nieuwe handelsakkoorden sluiten met niet‐EU‐landen.

Er is een aantal scenario’s denkbaar die in verschillende mate toegang tot de interne EU-markt regelen. De opties die de meeste toegang geven (EER en douane‐unie) zijn waarschijnlijk niet acceptabel voor de voorstanders van de uittreding, omdat inmenging door de EU in het VK blijft bestaan.

Hierdoor blijven er twee mogelijke scenario’s over: een vrijhandelsverdrag (Free Trade Agreement of kortweg FTA) of de standaard terugvaloptie waarbij het VK wel lid blijft van de WTO, maar verder niets regelt.

Het Centraal Planbureau onderscheidt vier mogelijke scenario’s:

  1. Europese Economische Ruimte (EER)
  2. Douane-unie of bilaterale handelsakkoorden
  3. World Trade Organisation (WTO)
  4. Free Trade Agreement (FTA)

Ze worden hieronder beknopt beschreven.

1. Europese Economische Ruimte (EER)

Een aantal Europese niet‐EU landen heeft een verdrag met de EU gesloten dat in meer of mindere mate toegang tot de interne markt regelt. Landen als Noorwegen, IJsland en Liechtenstein zijn lid van de Europese Economische Ruimte (EER) en hebben daarmee vrij verkeer van goederen, kapitaal, diensten en personen binnen de EU.

In ruil hiervoor dragen deze landen substantieel bij aan de EU‐begroting en moeten ze voldoen aan de Europese normen en regelgeving, zonder dat ze invloed kunnen uitoefenen op toekomstige wijzigingen.

Aansluiten bij de EER is waarschijnlijk niet bespreekbaar voor de voorstanders van een Brexit. De voorstanders willen geen betalingen meer doen aan het EU‐budget. Zij willen geen inmenging van de EU in de Britse regelgeving. En zij willen dat het VK migratie in eigen hand houdt en accepteren geen verdrag dat vrij verkeer van personen tussen het VK en de EU regelt.

2. Douane-unie of bilaterale handelsakkoorden

Zwitserland en Turkije hebben een beperkter verdrag met de EU. Turkije heeft een douane-unie met de EU waarbij vrij verkeer van goederen is en een uniforme handelspolitiek ten opzichte van derde landen.

Zwitserland heeft een tiental akkoorden met de EU gesloten (waaronder Schengen) die het land toegang geeft tot de interne EU‐markt in bepaalde sectoren. Daarnaast heeft het meer dan tweehonderd handelsakkoorden gesloten.

Door deze akkoorden is Zwitserland nauw verbonden met de EU‐wetgeving, maar kan het niet meewerken aan Europese besluitvorming. Zwitserland draagt ook bij aan het EU‐budget. Om vergelijkbare redenen als bij de EER past deze optie dus niet bij de wensen van het ‘leave‐kamp’.

De Turkse optie is niet voordelig voor het VK. Landbouw-producten en -diensten vallen buiten de interne markt en Turkije moet aan de EU‐wetgeving voldoen, zonder zeggenschap over de regels. Ook moet Turkije wat betreft handelsverdragen bij het beleid van de EU aansluiten; het kan geen eigen handels-overeenkomsten sluiten met derde landen. De voorstanders van een Brexit willen juist dat het VK niet langer gebonden is aan EU‐normen en regelgeving, en willen dat het VK een eigen handelspolitiek kan bepalen. Dit sluit dus ook het Turkse model uit.

Er blijven zo twee scenario’s over.

3. World Trade Organisation (WTO)

Als het VK niets regelt, dan zal het VK t.z.t onder de regels van de WTO vallen. Omdat er geen precedent is voor dit scenario, is het onduidelijk of het VK automatisch lid blijft van de WTO. Het valt te bezien of de afspraken met derde landen, die het VK als lid van de EU heeft gesloten, overeind blijven.

Mocht dit laatste niet het geval zijn, dan wordt het voor het VK een stuk moeilijker, omdat het lange en complexe onderhandelingen moet gaan voeren met de WTO en nieuwe akkoorden moet sluiten met 58 niet‐EU landen.

CPB gaat ervan uit dat het VK gewoon WTO‐lid blijft en dat de handelsafspraken met derde landen overeind blijven. Het VK zal wel aan de externe EU‐tarieven moeten voldoen. Ze nemen aan dat deze over de gehele linie ongeveer 3% zullen zijn, vergelijkbaar met de tarieven die de EU hanteert met de andere landen.

Deze handelstarieven verlagen de handel tussen het VK en de EU. Het VK hoeft zich niet te houden aan de standaarden en regelingen van de EU. Maar daardoor zullen er ook nog eens niet-tarifaire handelsbelemmeringskosten ontstaan, wat de handelskosten voor goederen met 13% doet stijgen. Ook de kosten van handel in diensten zal stijgen met ongeveer 13%.

4 Free Trade Agreement (FTA)

Het VK kan een vrijhandelsverdrag sluiten met de EU, waardoor het tarifaire barrières omzeilt. Het verdrag regelt de standaarden en regulering waaraan het VK en de EU zich moeten houden. Een akkoord houdt echter niet noodzakelijk volledige toegang voor diensten (waaronder financiële dienstverlening) in.

CPB gaat er in zijn berekeningen van uit dat het VK en de EU elkaar geen handelstarieven opleggen. Een FTA-verdrag zal slechts een deel van alle standaarden en reguleringen bepalen, waarbij het VK vrij is om van de EU-regels af te wijken. Daarom nemen ze aan dat er zogenaamde niet direct zichtbare handelsbelemmeringen zullen ontstaan.

Het gaat hierbij om verschillen in technische specificaties of milieueisen waaraan verhandelde producten moeten voldoen. Ze nemen aan dat deze handelskosten voor goederen met 6% toenemen. Ook de kosten van handel in diensten (zoals toerisme, financiële dienstverlening) gaan in de CPB berekeningen met gemiddeld 6% omhoog.

Effecten van de Brexit op de Nederlandse economie

  1. Als de Brexit gepaard gaat met handelsbelemmeringen zal dat effecten hebben op de Nederlandse handel met het VK
  2. Niet alleen de rechtstreekse handel, maar ook via indirecte handel 
  3. De effecten kunnen per bedrijfstak verschillen
  4. De Brexit heeft geleid tot een koersval van de pond, die al meteen effecten had op de Nederlandse handel.

1. Lagere handel met VK en lagere Nederlandse economische groei

Als de uittreding gepaard zou gaan met handelsbelemmeringen, dan zullen die een negatief effect hebben op de handel in goederen en diensten en daarmee op de economische groei. Een vertrek van het Verenigd Koninkrijk (VK) uit de Europese Unie raakt Nederland harder dan andere EU-landen. Dit komt omdat Nederland veel handel drijft met het VK.

Het VK is een van de belangrijkste handelspartners van Nederland, met een uitvoeraandeel van 9,5% in termen van toegevoegde waarde. Elk procent vertraging van de economische groei in het VK doet de bijdrage van de uitvoer aan het Nederlandse bbp afnemen met 0,1%.

Door teruglopende handel kan het economisch verlies voor Nederland oplopen tot 1,2 procent van het bruto binnenlands product in 2030, oftewel 10 miljard euro. Mogelijk leidt minder handel ook tot minder innovatie. Daardoor kan de 10 miljard euro 65 procent hoger uitvallen.

Dit concludeert het Centraal Planbureau in een studie naar de kosten van een zogeheten Brexit. Het CPB heeft in verband met de Brexit de raming van de Nederlandse economische groei voor 2017 met 0,4 procentpunt verlaagd naar 1,6 procent.

2. Niet alleen Nederlandse handel met VK getroffen.

CPB richt zich vooral op de directe uitvoer van Nederland naar het VK. Het kan producten betreffen die in Nederland zijn gefabriceerd, of producten die in Nederland zijn ingevoerd, een kleine bewerking hebben ondergaan en vervolgens weer worden uitgevoerd (wederuitvoer).

Maar naast de directe Nederlandse handel met het VK heeft Nederland ook indirecte handel met het VK. Zo exporteert Nederland producten (zoals onderdelen, halffabricaten) naar Duitsland die in Duitse eindproducten verwerkt worden.

Duitsland voert die producten uit naar het VK. En als die Duitse uitvoer naar het VK vermindert, zal dat ook gevolgen hebben op de Nederlandse uitvoer naar Duitsland. En dat kan voor meerdere van de Nederlandse uitvoerlanden zoals België gelden.

3. Effecten verschillen per bedrijfstak

Onder deze macrogetallen van export en economische groei schuilen voor sommige Nederlandse sectoren grotere verliezen, vooral voor die sectoren die het meest verweven zijn met het VK.

Het productieverlies zal 5% zijn in sectoren met een verbondenheid met het VK van meer dan 10%: ‘chemie, kunststof en rubber’, ‘elektronische apparatuur’, ‘motorvoertuigen en onderdelen’, en ‘voedsel verwerkende industrie’. Deze sectoren verdienen samen 12% van het bbp. De sector ‘metalen en mineralen’ is beduidend minder verbonden met het VK, maar lijdt toch 1,6% productieverlies.

De dienstensector (inclusief de overheid) is minder verweven met het VK – de verbondenheid met het VK ligt beneden de 5% – en lijdt daarom een relatief lager productieverlies. De lowtechindustrie en landbouw lijken minder gevoelig voor een Brexit. In de berekeningen zijn de productieverliezen beperkt, of treedt er zelfs een lichte productiestijging op (lowtechindustrie en sector ‘andere financiële diensten’).

4. Minder Nederlandse uitvoer door val Engelse pond

De onzekerheid bij het Britse, maar ook bij het Europese, Amerikaanse en Aziatische investeerders en stakeholders over het tijdstip waarop het VK zal uittreden, de lengte van het uittredingsproces en uiteraard de gevolgen en uiteindelijke afspraken hebben geleid tot een sterke val van het Britse pond, onder meer ten opzichte van de Euro. Het Britse pond bereikte begin november zijn laagste niveau sinds 1985.

De koersval betekent automatisch dat producten die worden ingevoerd voor de Britten en die betaald moeten worden in euro’s duurder zijn geworden. Het duurder worden van buitenlandse producten vertaalt zich in een lagere vraag naar die producten, en dus ook dat er minder producten naar het VK moeten worden vervoerd. Dat effect was al snel merkbaar voor bijvoorbeeld Nederlandse handelaren in- en vervoerders van bloemkwekerijproducten.

Effecten van de Brexit op de Nederlandse transport en logistiek sector

Uitgevoerde producten moeten nog altijd fysiek vervoerd worden. De Brexit zal dus effecten hebben op de Nederlandse vervoersprestatie naar het VK, maar kan ook andere gevolgen hebben.

Brexit heeft gevolgen voor vervoersstromen Nederlandse transport en logistiek sector

Door Nederland uitgevoerde producten moeten nog altijd fysiek vervoerd worden. En omdat het VK op de derde plaats staat voor de Nederlandse uitvoer is het VK ook een belangrijk land voor Nederlandse vervoerders. Volgens een recent bericht van het CBS is het Verenigd Koninkrijk het vierde reisdoel van Nederlandse vrachtauto’s.

  • Nederlandse vrachtauto’s reden in 2015 ruim 162 duizend keer met goederen naar het Verenigd Koninkrijk. Na Duitsland, België en Frankrijk is het Verenigd Koninkrijk al ruim vijftien jaar de belangrijkste buitenlandse bestemming van Nederlandse wegvoertuigen.
  • Vorig jaar werd door Nederlandse vrachtwagens 2,5 miljoen ton aan goederen naar het Verenigd Koninkrijk gereden. Bijna 70 procent van deze goederen waren bestemd voor de regio’s South East England, East en West Midlands en London. Naar Schotland ging 4 procent van alle goederen. Naar Wales en Noord-Ierland werd respectievelijk 2 en 1 procent gereden.
  • Ruim de helft van de naar het Verenigd Koninkrijk vervoerde goederen bestaat uit landbouwproducten, levensmiddelen en chemische producten. Ongeveer een kwart van de landbouwproducten die over de weg hun bestemming vinden, zijn bloemen en planten.

Op basis hiervan is al snel duidelijk dat een afname van de Nederlandse handel met het VK negatieve gevolgen zal hebben voor de Nederlandse transport en logistiek sector. En is bij sommige bedrijven nu al merkbaar, al komt dat nu vooral door de koersval van de pond.

Brexit kan ook andere gevolgen hebben voor de Nederlandse transport en logistiek sector

Het VK heeft als EU lid te maken met EU wetgeving op vele gebieden van transport en logistiek. Het Britse House of Commons heeft in een Briefing Paper van 25 juli 2016 “Brexit: how will it affect transport?” specifiek stilgestaan bij die mogelijke effecten. Zij zien mogelijke effecten op het gebied van het testen van chauffeurs en afgeven van rijvaardigheidsbewijzen (“driver licensing and testing”), het voorschrijven van voertuigstandaarden en de mogelijkheden van cabotage.

Andere bronnen wijzen op de voorwaarden voor dienstverband, de werktijden, toegang tot de markt en tot het beroep, training en erkenning van diploma’s en uiteraard grenscontroles, douaneafhandeling en btw-aspecten.

Effecten van de Brexit op een individueel bedrijf in de sector transport en logistiek

Dat de Brexit door verminderde vraag naar ingevoerde producten, en dus ook naar verminderde vervoersvraag, negatieve gevolgen zal hebben voor de Nederlandse transport en logistiek sector als geheel ligt voor de hand. Maar de Brexit kan, afhankelijk van het gekozen scenario, ook leiden tot heffingen en intensievere grensformaliteiten, die tot oponthoud aan de grens kunnen leiden. En dus kosten voor de vervoerder.

Het is bijna onmogelijk aan te geven wat de effecten zijn van de Brexit op een individueel Nederlands transportbedrijf dat al dan niet regelmatig op het VK rijdt. Die effecten zijn onder meer afhankelijk van factoren als:

  •  Heeft het bedrijf een eigen vestiging in VK (bijv ivm factureren in pond of euro)
  • Mate van specialisatie op VK (Hoe belangrijk is VK in de totale omzet)
  • Hoeveel ritten per jaar (kosten van oponthoud bij een grenspassage bij elke rit)
  • Welke producten worden vervoerd (betreft het producten waarvan de invoer nu al terugloopt, of blijft die relatief constant)
  • Wat is de totale vervoersprestatie die geleverd wordt (gemeten in tonnen, tonkilometers etc)
  • Relatie met opdrachtgever (transport vindt altijd plaats in opdracht van een verlader. Die importeert uit- of exporteert naar het VK. Welke effecten ondervinden hij? Wat zijn zijn plannen?

Wat doet TLN?

TLN volgt de ontwikkelingen op de voet. We informeren onze leden over de economische ontwikkelingen in Groot-Brittannië de komende tijd. Ook houden we onze leden op de hoogte van de start en het verloop van de ‘scheiding’ van de EU. Zo hebben we al verschillende artikelen in ons magazine gepubliceerd. Daar waar mogelijk duiden we de consequenties voor onze leden.

Artikelen over Brexit

 

Lees meer

Extra informatie, producten en diensten

Exclusief voor leden

Wilt u inloggen voor extra informatie?

Word lid van TLN

Verdieping

Voor de leden die alles over dit onderwerp willen weten

     

    Gerelateerd aan dit onderwerp

     

    TLN Communities

    Brexit
    Internationaal