Recente ontwikkelingen

 

Naar nieuws

Infrastructuur

​​Wat speelt er?

Nederland is bezig aan een inhaalslag op het gebied van (weg)infrastructuur. Decennia lang heeft de overheid het wegennet niet of nauwelijks uitgebreid. Het aanbod van wegcapaciteit is daardoor sterk achtergebleven bij de vraag. Bijna 80 procent van de files zijn daarom ‘structureel’, dus niet veroorzaakt door incidenten of werkzaamheden.

Aantal files neemt weer toe

Sinds 2008 is een groot aantal knelpunten in het wegennet aangepakt, of is de besluitvorming daarover in gang gezet. In 2011 daalde daarmee voor het eerst in lange tijd het aantal files. De aanleg van extra asfalt werkt. Dat is positief, maar nog niet voldoende. TNO heeft voor TLN en EVO berekend dat in 2013 de totale directe vertragingsschade door files voor het vrachtverkeer € 600 miljoen tot € 800 miljoen bedroeg. Sinds de tweede helft van 2014 neemt het aantal files weer toe.

Wat vindt TLN?

Voor een optimale aanpak van dit probleem pleit TLN voor een beleid dat op meer sporen tegelijk inzet:

  • bouwen: investeren in extra wegcapaciteit op knelpunten
  • beheren: het onderhoudsniveau en beschikbaarheid van de wegen op peil houden
  • benutten: het slimmer benutten van de wegcapaciteit en
  • beprijzen: het beter beprijzen van het weggebruik

Deze punten worden hieronder verder toegelicht.

Bouwen: stel economische prioriteiten

Een voorwaarde voor duurzame economische groei is een goede bereikbaarheid van en naar de economische centra, zoals de Mainports, de Greenports, binnensteden en bedrijventerreinen. Het oplossen van bestaande knelpunten op het wegennet blijft daarvoor nodig. TLN vindt dat bij de aanleg van extra wegcapaciteit wel goed moet worden gekeken welke wegen het meest aan economische groei bijdragen.

Op basis hiervan heeft TLN samen met verladersorganisatie EVO in de Economische Wegwijzer 2014 en lijst met wegen opgesteld die de hoogste prioriteit verdienen in aanpak. Deze gedachte sluit goed aan bij het begrip ‘Kernnet Logistiek’ uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De beschikbare middelen moeten dan ook worden ingezet om de knelpunten op deze verbindingen met voorrang op te lossen. Ook de mogelijkheid om met publiek-private samenwerkingsconstructies (PPS) extra financiële ruimte te creëren moet verder worden verkend en benut.

Bij de downloads vindt u de 'Economische Wegwijzer 20145 en het 'Achtergronddocument bij de Economische Wegwijzer 2015'.

Beheren: voorkom hinder en achterstallig onderhoud

Het is belangrijk dat het wegennet in goede conditie wordt gehouden en daarmee zoveel mogelijk beschikbaar blijft voor het gebruik. Onderhoud aan wegen en kunstwerken verdient dus volle aandacht en voldoende budget. Door de noodzaak tot bezuinigen op de rijksuitgaven kan de verleiding ontstaan om ook fors te bezuinigen op onderhoudsbudgetten.

Belangrijk is dat de situatie wordt voorkomen dat het basisonderhoudsniveau structureel wordt aangetast en groot achterstallig onderhoud ontstaat. Deze situatie deed zich in de jaren ’80 en ’90 van de vorige eeuw voor, met als resultaat dat begin van deze eeuw een groot deel van het infrabudget aan een inhaalslag voor onderhoud moest worden besteed.

TLN vindt het tevens belangrijk dat de onderhoudswerkzaamheden zelf zoveel mogelijk tijdens rustige uren plaatsvinden. De door Rijkswaterstaat aangekondigde verschuiving van een deel van de werkzaamheden van de nacht naar de dag moet vooral op de rustiger snelwegen plaatsvinden. Op drukke snelwegen, waar de filedruk al hoog is, moet zo’n verschuiving worden voorkomen.

Benutten: regie bij stedelijke bevoorrading

Optimale benutting van onze wegen vereist inzet van zowel het bedrijfsleven als de overheid. Het bedrijfsleven kan flexibelere vormen van werken stimuleren en faciliteren (‘Het Nieuwe Werken’). Daarnaast kan bijvoorbeeld door meer efficiënte organisatie van logistiek, het totaal aantal vervoersbewegingen worden verminderd. Ook met nieuwe technieken onder de noemer ‘Intelligente Transport Systemen’ (ITS) kan een efficiënter gebruik van de infrastructuur worden bereikt. Hierbij is te denken aan slimme en real-time verkeersinformatie en de koppeling daarvan met de planningsystemen van transportbedrijven. De aanpak van deze problemen verloopt echter moeizaam.

Efficiënte aanpak vereist een centrale regie op landelijk niveau. TLN is actief betrokken bij het vormgeven van de logistieke component in het programma Beter Benutten Vervolg.

Beprijzen: slimmere aanpak voor alle gebruikers

Het huidige Nederlandse systeem van heffingen voor het gebruik van infrastructuur is niet optimaal. Vooral bij de personenauto bestaat een groot deel van de heffingen uit vaste heffingen, ongeacht het daadwerkelijke gebruik. Vaste heffingen zijn niet geschikt om het principe ‘de juiste rekening op de juiste plaats’ toe te passen.

Het gebruik van de opbrengsten van verkeersheffingen is afhankelijk van politieke keuzen en wisselt door de jaren heen sterk. Er is daardoor voor infrastructuurgebruikers weinig relatie tussen ‘gebruiken’ en ‘genieten’.

Bij een gemiddelde personenauto bestaat 55 – 80 procent van de totale jaarlijkse heffinglast uit de vaste heffingen BPM en MRB. Bij vrachtauto’s is dit duidelijk anders: daarbij maken de vaste heffingen MRB en Eurovignet 15 – 25 procent uit van de totale heffingen. Het overgrote deel zijn de brandstofheffingen (met name de dieselaccijns). Een gemiddelde vrachtautocombinatie (trekker/oplegger) betaalt ruim € 14.000 per jaar aan vaste heffingen en accijns.

TLN is voorstander van een betaalsysteem waar alle weggebruikers per gereden kilometer gaan betalen, inclusief personenauto’s. Alle huidige auto- en aanschafbelastingen worden daarbij afgeschaft en omgezet naar een kilometertarief.

De opbrengsten moeten worden besteed aan aanleg, onderhoud en beheer van weginfrastructuur. Voordeel van deze vorm van kilometerbeprijzing is dat de weggebruiker bewuster een keuze gaat maken wanneer hij/zij de weg op gaat. Daarnaast is het dankzij een dergelijke heffing ook mogelijk om buitenlanders in Nederland mee te laten betalen aan het gebruik van onze wegen.

Welke acties onderneemt TLN?

TLN geeft met EVO elk jaar de Economische Wegwijzer uit. Daarop zijn de twintig belangrijkste economische knelpunten op het hoofdwegennet weergegeven. Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu gebruikt de Wegwijzer als één van de bronnen bij de prioritering van nieuwe infrastructuurprojecten, zo ook bij de locaties voor spitsstroken. TLN gebruikt de Wegwijzer in de lobby naar Den Haag en in de regio.

Verder heeft TLN samen met het ministerie van IenM het concept van een Kwaliteitsnet bedacht, uitgewerkt en verspreid. Het Kwaliteitsnet Goederenvervoer (KNG) bestaat uit een samenhangend netwerk van verbindingen tussen de economische centra, waarover het economisch relevante verkeer op verantwoorde wijze kan worden afgewikkeld. Door intensieve samenwerking tussen (lokale, regionale en landelijke) overheden, maatschappelijke organisaties en bedrijfsleven wordt een integraal pakket van kwaliteitseisen opgesteld ten aanzien van bereikbaarheid, veiligheid en kwaliteit van leefomgeving en wordt een selectief netwerk vastgesteld waarop die kwaliteitseisen worden toegepast.

Platform 'Anders betalen voor mobiliteit'

Op het gebied van beprijzing heeft TLN een belangrijke bijdrage geleverd aan het advies van het Platform ‘Anders betalen voor mobiliteit’, onder leiding van Paul Nouwen uit 2005. Dat advies is overgenomen in de Nota Mobiliteit en is de basis geweest voor het wetsvoorstel Kilometerbeprijzing in 2009.

Op regionaal niveau is TLN intensief betrokken bij het infrastructuurbeleid van gemeenten, provincies en regionale directies van Rijkswaterstaat. Daarbij wordt gelobbyd voor het snel oplossen van knelpunten op de kwaliteitsnetten, voor goed afgestemd onderhoud van de wegen en de optimale ontsluiting van bedrijventerreinen. ​​​​​

Lees meer

Extra informatie, producten en diensten

Exclusief voor leden

Wilt u inloggen voor extra informatie?

Word lid van TLN

 

Gerelateerd aan dit onderwerp

 

Infrastructuur
Bedrijventerreinen; Parkeerplaatsen; Schadevergoeding wegafsluitingen