Arbeidstijdenbesluit voor vervoer

Het Arbeidstijdenbesluit (ATB) voor het vervoer maakt onderdeel uit van de Arbeidstijdenwet (ATW). Een deel van de bepalingen uit de Arbeidstijdenwet is ook van toepassing in de sector vervoer.

Het ATB voor het vervoer is van toepassing op bestuurders van vrachtauto’s en losse trekkers vanaf 500 kg. Sommige normen uit het ATB voor het vervoer zijn echter alleen van toepassing op de categorie vrachtauto’s vanaf 3.500 kg. Hieronder worden de categorieën vanaf 3.500 kg en de categorie van 500-3.500 kg weergegeven in respectievelijk hoofdstuk 1 en hoofdstuk 2.

Op wie is het ATB Vervoer van toepassing?

Het ATB Vervoer bevat bepalingen die zich richten tot de bestuurder. Dat kan zowel een werknemer als een zelfstandige (‘eigen rijder’) zijn. Voor zover de bepalingen zich richten
tot de bestuurder wordt overtreding van die bepalingen in veel gevallen opgevat als overtredingen begaan door de werkgever. Onder werknemer wordt verstaan, degene die
onder gezag werkzaam is, dus dat kan ook een uitzendkracht zijn, of een chauffeur die is ingeleend van een collega-vergunninghouder.

Voor het overzichtelijk invoeren van arbeidstijden, kunt u de Arbeidstijdmeter van TLN gebruiken.

Waar is het ATB Vervoer van toepassing?

Het ATB Vervoer geldt indien er gedeeltelijk of geheel over de openbare weg een verplaatsing plaatsvindt in lege of beladen toestand en geldt ook voor de direct daarmee samenhangende
werkzaamheden. Werkzaamheden die geheel op eigen terrein plaatsvinden vallen dus niet onder het ATB Vervoer, maar de werkzaamheden die de chauffeur op eigen terrein uitvoert vlak voor hij de openbare weg oprijdt (bijvoorbeeld laadwerkzaamheden voorafgaande aan de rit), vallen wel onder het ATB Vervoer.

Uitgezonderde vervoerscategorieën

Sommige categorieën van vervoer zijn uitgezonderd van de rij- en rusttijdnormen en van de tachograafplicht. Daarvoor in de plaats treden bepalingen uit de Arbeidstijdenwet. Zie hiervoor in 'Bijlage 1 van Arbeidstijdenbesluit voor vervoer' de uitzonderingen en de op hen van toepassing zijnde normen. Het ATB Vervoer zondert ook een aantal soorten van vervoer in zijn geheel uit.

Deze soorten van vervoer vallen volledig onder de bepalingen van de algemene Arbeidstijdenwet, net als het niet-rijdend personeel in de transportsector en de bestuurders van auto’s beneden de 500 kg. Zie voor een lijst van uitgezonderde categorieën en de bijbehorende normen van de Arbeidstijdenwet de verdieping 'Bijlage 2 van Arbeidstijdenbesluit voor vervoer'.

Samenloop

Omdat de werkingsfeer van het ATB Vervoer en de uitzonderingen daarop door de aard van de werkzaamheden en het gewicht van de auto worden bepaald, kan het heel goed voorkomen dat een werknemer de ene dag onder het ATB Vervoer valt en de andere dag niet. De Arbeidstijdenwet kent specifieke regels voor samenloop. Nadere informatie over samenloop is verkrijgbaar bij de afdeling Sociale Belangen van TLN.

AETR

Internationaal vervoer op bepaalde landen buiten de Europese Unie vallen onder het AETR-verdrag. Dit is van toepassing op het vervoer met voertuigen boven 3.500 kg toegestaan maximum gewicht op de navolgende landen: Albanië, Andorra, Armenië, Azerbeidzjan, Bosnië/Herzegovina, Kazachstan, Kroatië, Macedonië, Moldavië, Montenegro, Oekraïne, Oezbekistan, Rusland, Servië, Turkije, Turkmenistan en Wit-Rusland.

Voor het vervoer op de overige (niet-EU) landen zijn de bepalingen van de EG-verordening 561/2006 van toepassing. De AETR-regeling is aangepast aan de nieuwe verordening 561/2006 en kent dus dezelfde normen als deze verordening.

1. Normen categorie vanaf 3.500 kg

Rijtijd

Dagelijkse rijtijd maximaal 9 uur, 2 keer per week te verhogen tot 10 uur.

Wekelijkse rijtijd

Maximaal 56 uur, per twee weken maximaal 90 uur.

Pauze/onderbreking

  • 45 minuten na 4,5 uur rijden of in een periode van 5 uur en 15 minuten 1 keer 15 minuten en 1 keer 30 minuten (in die volgorde).
  • 30 minuten pauze (of 2 keer een kwartier) bij arbeidstijd langer dan 6 uur maar minder dan 9 uur.
  • 45 minuten pauze (of 3 keer een kwartier) bij arbeidstijd langer dan 9 uur.

Rust

  • Dagelijkse rust minimaal 11 of 3 + 9 uur (in die volgorde); 3 maal per week mag de rust worden bekort tot 9 uur. De rust dient genoten te worden binnen 24 uur na het einde van de laatste dagelijkse of wekelijkse rust.
  • Dagelijkse rust bij dubbele bemanning is minimaal 9 uur in een stilstaand voertuig in een periode van 30 uur. Het eerste uur mag er 1 chauffeur aanwezig zijn in de cabine, daarna moeten er 2 aanwezig zijn om van deze norm gebruik te kunnen maken.
  • Bij begeleiding van het voertuig per trein of boot mag de dagelijkse (niet bekorte) rust maximaal 2 maal worden onderbroken voor totaal maximaal een uur.
  • Wekelijkse rust niet later dan aan het einde van 6 perioden van 24 uur, gerekend vanaf het einde van de vorige wekelijkse  rusttijd.
  • Wekelijkse rust bedraagt minimaal 45 uur, en mag 1 x per twee weken worden verkort tot 24 uur. De bekorte uren dienen voor het einde van de derde week na de bekorting en bloc en aansluitend op een andere rusttijd van ten minste 9 uur, gecompenseerd te worden.
  • Reistijd naar het voertuig die zich niet in de woon- of stand- plaats van de werknemer bevindt, telt niet als rust of onder-  breking, tenzij dit per boot of trein plaatsvindt en er een bed of slaapbank beschikbaar is.

Nachtarbeid

Maximaal 43 nachtdiensten per 16 weken, of maximaal 20 nachtelijke algemene regeling uren per 2 weken (nachtdienst = minimaal 1 uur arbeid tussen 0.00 en 06.00). Maximaal 10 uur nachtarbeid per dienst indien er gewerkt wordt tussen 1.00 en 5.00, 12 uur in collectief overleg mogelijk.

Meer nachtdiensten specifieke sectoren

Maximaal 52 nachtdiensten per 16 weken én 140 nachtdiensten per 52 weken, of maximaal 38 nachtelijke uren per 2 weken.
Deze regeling mag worden toegepast in de volgende sectoren
indien noodzakelijk:

  • Vervoer van brood- en bakkerijproducten.
  • Vervoer van goederen van en naar distributiecentra, terminals of luchthavens.
  • Grensoverschrijdend vervoer van bloemen, planten, bloembollen, boomkwekerijproducten, groente en fruit.
  • Vervoer ten behoeve van het onderhoud en de aanleg van wegen en railverbindingen.

Vrijstelling van het maximum aantal nachtdiensten voor specifieke sectoren

  • Vervoer van levende dieren.
  • Vervoer van ochtendkranten.
  • Vervoer van postzendingen en -pakketten.
  • Collectief binnenlands vervoer van bloembollen, bloemen, planten en boomkwekerijproducten.

Dit is van toepassing indien in collectief overleg overeenstemming is bereikt. 

Arbeidstijd

Arbeidstijd = Alle gewerkte uren, met uitzondering van beschikbaarheidstijd en voorziene wachttijd. Ook vakantiedagen en ziektedagen tellen mee als arbeidstijd. ATV-dagen, feestdagen en opgenomen tijd-voor-tijd- dagen tellen niet als arbeidstijd.

Beschikbaarheidstijd = bijvoorbeeld tijd naast bestuurder in dubbelbemand voertuig, wachten bij de grens en boot/treinuren.
Maximale wekelijkse arbeidstijd 60 uur per week. Per 26 achtereenvolgende weken gemiddeld 55 uur per week (tot 23 maart 2011, vanaf die datum wordt het 48 uur).

Zondagsarbeid

Uitgangspunt: geen arbeid op zondag. Vloeit het voort uit de aard
van de arbeid dan kunnen werkgever en werknemer overeenkomen dat er wel wordt gewerkt op zondag. Vloeit het voort uit de bedrijfsomstandigheden, dan instemming van de OR nodig en de individuele instemming van de werknemer per keer dat er gewerkt moet worden. Wel altijd minimaal 13 vrije zondagen per jaar. (Afwijkingen mogelijk in een collectieve regeling).

Rijtijden

De dagelijkse rijtijd mag niet meer bedragen dan 9 uur, dit mag twee keer per week verlengd worden tot maximaal 10 uur. Om de totale dagelijkse rijtijd te berekenen wordt alle rijtijd tussen twee dagelijkse rusttijden (of een dagelijkse en een wekelijkse rusttijd) bij elkaar opgeteld. De dagelijkse rijtijd kan dus over de kalenderdagen heen lopen.

Per week, dat is de periode van maandag 00.00 tot zondag 24.00, mag de wekelijkse rijtijd maximaal 56 uur bedragen. Gemiddeld mag er echter slechts 45 uur per week worden gereden want de 2-wekelijkse rijtijd mag niet meer dan 90 uur bedragen. Wordt de 45 uur overschreden, dan zal dus zowel de week daarvoor als de week daarna minder dan 45 uur gereden kunnen worden.

Voorbeeld

  • Week 1: 40 uur rijtijd
  • Week 2: 50 uur rijtijd
  • Week 3: 40 uur rijtijd
  • Week 4: 50 uur rijtijd

Wanneer in enige week meer dan 45 uur wordt gereden, zal dit de week er voor én de week daarna gecompenseerd moeten worden door minder dan 45 uur te rijden. Stel dat week 4 en 3 omgedraaid waren, dan zou er een overtreding ontstaan. In week 2 en 3 gezamenlijk is de rijtijd dan 100 uur. Dat is dus 10 uur meer dan de 2-wekelijkse norm toelaat.

Pauzes

Chauffeurs mogen maximaal 4,5 uur achtereen rijden. Daarna moet een pauze worden gehouden van tenminste drie kwartier (tenzij er op dat moment al een aaneengesloten rust wordt genoten). Deze pauze mag ook opgesplitst worden in een verplichte volgorde van eerst 15 minuten en dan 30 minuten, te genieten binnen een periode van 5 uur en 15 minuten (= rijtijd inclusief pauze). Daarnaast mogen deze chauffeurs maximaal 6 uur achtereen arbeid verrichten zonder pauze. Dit betreft dus niet alleen rijtijd, maar ook andere werkzaamheden.

Bij een arbeidstijd tussen de 6-9 uur moet er een pauze zijn van 30 minuten en vanaf 9 uur van 45 minuten. Deze pauzes mogen worden opgedeeld in perioden van een kwartier. In het geval er veel rijtijd is, zal er veelal al voldaan zijn aan deze norm. Hij speelt dus vooral een rol wanneer er naast rijtijd ook veel tijd besteed wordt aan andere werkzaamheden.

Rusttijden

De dagelijks verplichte rust bedraagt 11 uur per periode van 24 uur. Dat betekent dat als de chauffeur op maandag 5.00 begonnen is, hij de 11 uur rust voor dinsdag 5.00 moet hebben genoten. Op zijn laatst zal hij daar dus op maandag om 18.00 mee moeten beginnen. Drie maal per week mag de rust worden verkort tot 9 uur. Er hoeft geen compensatie plaats te vinden van de bekorte uren. In plaats van 11 uur aaneengesloten rust mag de
rust ook opgesplitst worden in een periode van eerst 3 uur en vervolgens 9 uur. Die volgorde is verplicht. Er wordt dan in totaal 12 uur rust genoten.

De dagelijkse rust van 11 uur mag worden onderbroken door andere activiteiten indien de rust gedeeltelijk op een boot of in de trein wordt genoten en de chauffeur beschikt over een slaapbank of een bed. Dit mag maximaal 2 keer en de onderbrekingen mogen in totaal niet langer dan 1 uur bij elkaar in beslag nemen. Dit mag dus niet als de rust is verkort tot 9 uur.

In geval er twee chauffeurs op 1 auto rijden, bedraagt de rust minimaal 9 uur in een periode van 30 uur. De rust kan alleen genoten worden in een stilstaand voertuig. Het is toegestaan
dat het eerste uur slechts 1 chauffeur op de auto aanwezig is, maar langer niet.

Wekelijks dient de rust minimaal 45 uur te bedragen. De rust mag ook (maximaal 1 keer in elke periode van 2 weken) verkort orden tot 24 uur, maar de minder geruste uren dienen te worden ingehaald voor het einde van de derde week na de week waarin de verkorte rust heeft plaatsgevonden. De wekelijkse rust dient uiterlijk aan te vangen aan het einde van 6 perioden van 24 uur, gerekend vanaf het einde van de vorige wekelijkse rusttijd.

Voorbeeld van compensatie

  • week 1: wekelijkse rust 45 uur.
  • week 2: wekelijkse rust 24 uur.
  • week 3: wekelijkse rust 45 uur.
  • week 4: wekelijkse rust 24 uur.
  • week 5: wekelijkse rust 45 uur + in deze week moet nog een rust van 21 uur aaneengesloten, aansluitend op een andere rust van minimaal 9 uur, worden opgenomen ter compensatie van week 2.

In geval er twee chauffeurs op 1 auto rijden, bedraagt de rust minimaal 9 uur in een periode van 30 uur. De rust kan alleen genoten worden in een stilstaand voertuig. Het is toegestaan dat het eerste uur slechts 1 chauffeur op de auto aanwezig is, maar langer niet.

Wanneer de chauffeur naar een plaats buiten zijn standplaats moet reizen om zijn rit aan te vangen, telt die reis niet als rust maar als andere werkzaamheden. Dit geldt overigens niet ingeval die reis met een boot of trein kan worden uitgevoerd en de chauffeur de beschikking heeft over slaapfaciliteiten.

Nachtarbeid

Maximaal aantal nachtdiensten

De basisregeling voor nachtarbeid is dat er maximaal 43 nachtdiensten mogen zijn in elke periode van 16 weken. Er is sprake van een nachtdienst indien er minimaal 1 uur arbeid
is tussen 0.00-06.00. In plaats van deze norm mag ook de norm van maximaal 20 uur arbeid tussen 0.00-06.00 in elke periode van 2 weken toegepast worden, hetgeen van pas kan komen indien er niet de hele nacht wordt gewerkt.

Voor een aantal sectoren geldt dat zij een ruimere norm mogen toepassen indien de aard van het vervoer met zich meebrengt dat dit vervoer hoofdzakelijk in de nacht plaatsvindt en dit niet anders kan worden georganiseerd.

Zij mogen maximaal 52 nachtdiensten per 16 weken mits er maximaal 140 nachtdiensten per 52 weken zijn. Of in plaats daarvan kunnen ze kiezen voor maximaal 38 nachtelijk uren tussen 0.00-06.00 per twee weken.

Deze regeling geldt voor de volgende sectoren

  • Vervoer van brood en banketbakkerijproducten.
  • Vervoer van goederen van en naar distributiecentra, terminals of luchthavens.
  • Grensoverschrijdend vervoer van bloembollen, bloemen, planten en boomkwekerijproducten.
  • Vervoer ten behoeve van het onderhoud en de aanleg van wegen en railverbindingen.

Voor de sectoren vervoer van levende dieren, vervoer van ochtendkranten, vervoer van postzendingen en pakketten en het collectief sierteeltvervoer geldt er een permanente algehele vrijstelling van de nachtarbeidnormen.

Maximaal aantal arbeidsuren per nachtdienst

Per nachtdienst mag er binnen 24 uur maximaal 10 uur arbeid worden verricht. Voor deze bepaling geldt dat er sprake is van een nachtdienst indien er geheel of gedeeltelijk tussen 1.00 en 5.00 uur arbeid wordt verricht. In overleg met de PVT of OR mag de 10 uur arbeid worden verlengd tot 12 uur. Deze bepaling geldt overigens niet voor zelfstandig bestuurders.

Arbeidstijd

Chauffeurs mogen maximaal 60 uur per week arbeid verrichten, en over een periode van 26 weken gemiddeld maximaal 48 uur. Deze norm geldt inmiddels ook voor zelfstandigen. Het is van belang in de gaten te houden welke activiteiten wel en welke niet onder het begrip arbeidstijd vallen.

Wel arbeidstijd zijn de rijtijd, laden/lossen, overige werkzaamheden en de onvoorziene wachttijd. Ook vakanties en ziekteperioden dienen als arbeidstijd te worden meegeteld.

Geen arbeidstijd zijn in ieder geval de pauzes en de rust, maar ook de tijd als bijrijder bij dubbele bemanning, de beschikbaarheidstijd en de voorziene wachttijd, de ATV- en
feestdagen en de opgenomen tijd-voor-tijd-uren.

Zondagsarbeid

Het uitgangspunt is dat er in principe geen arbeid wordt verricht op zondag. Vloeit het voort uit de aard van de arbeid dat er op zondag wordt gewerkt en is dit overeengekomen tussen werkgever en werknemer, dan zijn er minstens 13 vrije zondagen per jaar. Ook indien het niet uit de aard van de arbeid maar uit de bedrijfsomstandigheden voort vloeit dat er op zondag wordt gewerkt zijn er minstens 13 vrije zondagen per jaar. Dan is wel instemming van de OR en individuele instemming van de werknemer per keer dat er wordt gewerkt noodzakelijk.

2. Normen categorie 500-3.500 kg

Rijtijd
Dagelijkse rijtijd maximaal 9 uur, 2 keer per week te verhogen
tot 10 uur.

Wekelijkse rijtijd
Maximaal 56 uur, per twee weken maximaal 90 uur.

Pauze/onderbreking

  • 30 minuten bij een arbeidstijd langer dan 5,5 uur en 45
    minuten bij een arbeidstijd langer dan 10 uur, splitsbaar in
    perioden van een kwartier.
  • Bij een collectieve regeling kunnen kortere en minder pauzes
    worden afgesproken.

Rust
Dagelijkse rust minimaal 11 of 3 + 9 uur (in die volgorde); 3 maal per week mag de rust worden bekort tot 9 uur. De rust dient genoten te worden binnen 24 uur na het einde van de laatste dagelijkse of wekelijkse rust.

Dagelijkse rust bij dubbele bemanning is minimaal 9 uur in
een stilstaand voertuig in een periode van 30 uur. Het eerste
uur mag er 1 chauffeur aanwezig zijn in de cabine, daarna moeten er 2 aanwezig zijn om van deze norm gebruik te kunnen maken.
Bij begeleiding van het voertuig per trein of boot mag de
dagelijkse (niet bekorte) rust maximaal 2 maal worden
onderbroken voor totaal maximaal een uur.
Wekelijkse rust niet later dan aan het einde van 6 perioden
van 24 uur, gerekend vanaf het einde van de vorige wekelijkse
rusttijd.

Wekelijkse rust bedraagt minimaal 45 uur, en mag 1 x per twee weken worden verkort tot 24 uur. De bekorte uren dienen voor het einde van de derde week na de bekorting en bloc en aansluitend op een andere rusttijd van ten minste 9 uur, gecompenseerd te worden.

Reistijd naar het voertuig die zich niet in de woon- of stand-
plaats van de werknemer bevindt, telt niet als rust of onder-
breking, tenzij dit per boot of trein plaatsvindt en er een bed
of slaapbank beschikbaar is.

Nachtarbeid algemene regeling
Maximaal 43 nachtdiensten per 16 weken op maximaal 20 nachtelijke algemene regeling uren per 2 weken (nachtdienst = minimaal 1 uur arbeid tussen 0.00 en 06.00).

Meer nachtdiensten specifieke sectoren
Maximaal 52 nachtdiensten per 16 weken én 140 nachtdiensten per 52 weken, of maximaal 38 nachtelijke uren per 2 weken.
Deze regeling mag worden toegepast in de volgende sectoren
indien noodzakelijk:

  • Vervoer van brood- en bakkerij producten.
  • Vervoer van goederen van en naar distributiecentra, terminals of luchthavens.
  • Grensoverschrijdend vervoer van bloemen, planten,
    bloembollen, boomkwekerijproducten, groente en fruit.
  • Vervoer ten behoeve van het onderhoud en de aanleg van wegen en railverbindingen.

Vrijstelling van het maximum aantal nachtdiensten voor specifieke factoren

  • Vervoer van levende dieren
  • Vervoer van postzendingen en -pakketten;
  • Collectief binnenlands vervoer van bloembollen, bloemen, planten en boomkwekerijproducten.

Dit is van toepassing indien hierover in collectief overleg overeenstemming is bereikt.

Arbeidstijd
Arbeidstijd is gelijk aan wat daar in de ATW onder wordt verstaan. Per 16 weken gemiddeld 48 uur per week, afwijking referentieperiode tot 26 weken mogelijk bij collectieve regeling.

Zondagsarbeid
Uitgangspunt: geen arbeid op zondag. Vloeit het voort uit de aard
van de arbeid dan kunnen werkgever en werknemer overeenkomen dat er wel wordt gewerkt op zondag. Vloeit het voort uit de bedrijfsomstandigheden, dan instemming van de OR nodig en de individuele instemming van de werknemer per keer dat er gewerkt moet worden. Wel altijd minimaal 13 vrije zondagen per jaar. (Afwijkingen mogelijk in een collectieve regeling.)

2a ) Rijtijden

De dagelijkse rijtijd mag niet meer bedragen dan 9 uur, dit mag twee keer per week verlengd worden tot maximaal 10 uur. Om de totale dagelijkse rijtijd te berekenen wordt alle rijtijd tussen twee dagelijkse rusttijden (of een dagelijkse en een wekelijkse rusttijd) bij elkaar opgeteld. De dagelijkse rijtijd kan dus over de kalenderdagen heen lopen.

Per week, dat is de periode van maandag 00.00 tot zondag 24.00, mag de wekelijkse rijtijd maximaal 56 uur bedragen. Gemiddeld mag er echter slechts 45 uur per week worden gereden want de 2-wekelijkse rijtijd mag niet meer dan 90 uur bedragen. Wordt de 45 uur overschreden, dan zal dus zowel de week daarvoor als de week daarna minder dan 45 uur gereden kunnen worden.

Voorbeeld

  • Week 1: 40 uur rijtijd
  • Week 2: 50 uur rijtijd
  • Week 3: 40 uur rijtijd
  • Week 4: 50 uur rijtijd

Wanneer in enige week meer dan 45 uur wordt gereden, zal dit de week er voor én de week daarna gecompenseerd moeten worden door minder dan 45 uur te rijden. Stel dat week 4 en 3 omgedraaid waren, dan zou er een overtreding ontstaan. In week 2 en 3 gezamenlijk is de rijtijd dan 100 uur. Dat is dus 10 uur meer dan de 2-wekelijkse norm toelaat.

2b) Pauzes

De pauzeregeling is voor chauffeurs die rijden op auto’s van 500-3.500 kg, niet gekoppeld aan de rijtijd maar aan de arbeidstijd. Voor deze categorie chauffeurs geldt de pauzeregeling uit de ATW. Deze regeling houdt in dat als de arbeid langer duurt dan 5,5 uur, er een pauze moet zijn van 30 minuten, welke in twee keer een kwartier mag worden opgesplitst.

Duurt de arbeid langer dan 10 uur, dan dient de pauze minimaal 45 minuten te bedragen (ook weer opsplitsbaar in drie keer een kwartier). In overleg met de ondernemingsraad kan hiervan worden afgeweken, het minimum is een pauze van een kwartier bij een arbeidstijd vanaf 5,5 uur.

2c) Rusttijden

De dagelijks verplichte rust bedraagt 11 uur per periode van 24 uur. Dat betekent dat als de chauffeur op maandag 5.00 begonnen is, hij de 11 uur rust voor dinsdag 5.00 moet hebben genoten. Op zijn laatst zal hij daar dus op maandag om 18.00 mee moeten beginnen. Drie maal per week mag de rust worden verkort tot 9 uur.

Er hoeft geen compensatie plaats te vinden van de bekorte uren. In plaats van 11 uur aaneengesloten rust mag de rust ook opgesplitst worden in een periode van eerst 3 uur en vervolgens 9 uur. Die volgorde is verplicht. Er wordt dan in totaal 12 uur rust genoten.

De dagelijkse rust van 11 uur mag worden onderbroken door andere activiteiten indien de rust gedeeltelijk op een boot of in de trein wordt genoten en de chauffeur beschikt over een slaapbank of een bed. Dit mag maximaal 2 keer en de onderbrekingen mogen in totaal niet langer dan 1 uur bij elkaar in beslag nemen. Dit mag dus niet als de rust is verkort tot 9 uur.

Twee chauffeurs

In geval er twee chauffeurs op 1 auto rijden, bedraagt de rust minimaal 9 uur in een periode van 30 uur. De rust kan alleen genoten worden in een stilstaand voertuig. Het is toegestaan
dat het eerste uur slechts 1 chauffeur op de auto aanwezig is, maar langer niet.

Wekelijks dient de rust minimaal 45 uur te bedragen. De rust mag ook (maximaal 1 keer in elke periode van 2 weken) verkort worden tot 24 uur, maar de minder geruste uren dienen te worden ingehaald voor het einde van de derde week na de week waarin de verkorte rust heeft plaatsgevonden. De wekelijkse rust dient uiterlijk aan te vangen aan het einde van 6 perioden van 24 uur, gerekend vanaf het einde van de vorige wekelijkse rusttijd.

Voorbeeld van compensatie

  • Week 1: wekelijkse rust 45 uur.
  • Week 2: wekelijkse rust 24 uur.
  • Week 3: wekelijkse rust 45 uur.
  • Week 4: wekelijkse rust 24 uur.
  • Week 5: wekelijkse rust 45 uur + in deze week moet nog een rust van 21 uur aaneengesloten, aansluitend op een andere rust van minimaal 9 uur, worden opgenomen ter compensatie van week 2.

Wanneer de chauffeur naar een plaats buiten zijn standplaats moet reizen om zijn rit aan te vangen, telt die reis niet als rust maar als andere werkzaamheden. Dit geldt overigens niet ingeval die reis met een boot of trein kan worden uitgevoerd en de chauffeur de beschikking heeft over slaapfaciliteiten.

2d) Nachtarbeid

Maximaal aantal nachtdiensten
De basisregeling voor nachtarbeid is dat er maximaal 43 nachtdiensten mogen zijn in elke periode van 16 weken. Er is sprake van een nachtdienst indien er minimaal 1 uur arbeid
is tussen 0.00-06.00. In plaats van deze norm mag ook de norm van maximaal 20 uur arbeid tussen 0.00-06.00 in elke periode van 2 weken toegepast worden, hetgeen van pas kan komen indien er niet de hele nacht wordt gewerkt.

Voor een aantal sectoren geldt dat zij een ruimere norm mogen toepassen indien de aard van het vervoer met zich meebrengt dat dit vervoer hoofdzakelijk in de nacht plaatsvindt en dit niet anders kan worden georganiseerd. Zij mogen maximaal 52 nachtdiensten per 16 weken mits er maximaal 140 nachtdiensten per 52 weken zijn. Of in plaats daarvan kunnen ze kiezen voor maximaal 38 nachtelijke uren tussen 0.00-06.00 per twee weken.
Deze regeling geldt voor de volgende sectoren:

  • Vervoer van brood en banketbakkerijproducten,
  • Vervoer van goederen van en naar distributiecentra, terminals of luchthavens.
  • Grensoverschrijdend vervoer van bloembollen, bloemen, planten en boomkwekerijproducten.
  • Vervoer ten behoeve van het onderhoud en de aanleg van wegen en railverbindingen.

Voor de sectoren vervoer van levende dieren, vervoer van ochtendkranten, vervoer van postzendingen en pakketten en het collectief sierteeltvervoer geldt er een permanente
algehele vrijstelling van de nachtarbeidnormen. 

Arbeidstijd

De arbeidstijd is voor de categorie tot 3.500 kg maximaal gemiddeld 48 uur in een referentieperiode van 16 weken. In collectief overleg mag de referentieperiode worden uitgebreid tot 26 weken. In tegenstelling tot de arbeidstijdenwet, kent het ATB Vervoer voor de categorie onder de 3.500 kg geen maximum aantal uren arbeid per dag of per week.

Zondagsarbeid

Het uitgangspunt is dat er in principe geen arbeid wordt verricht op zondag. Vloeit het voort uit de aard van de arbeid dat er op zondag wordt gewerkt en is dit overeengekomen tussen werkgever en werknemer, dan zijn er minstens 13 vrije zondagen per jaar. Ook indien het niet uit de aard van de arbeid maar uit de bedrijfsomstandigheden voort vloeit dat er op zondag wordt gewerkt zijn er minstens 13 vrije zondagen per jaar. Dan is wel instemming van de OR en individuele instemming van de werknemer per keer dat er wordt gewerkt noodzakelijk.

3. Registratie, controle en handhaving

Registratie

Voertuigen boven de 3.500 kg vallen onder verordening 561/2006 en zijn verplicht een tachograaf te installeren op het voertuig. Voor nieuwe voertuigen is dat een digitale tachograaf, maar voor bestaande vrachtauto’s van voor 1 mei 2006 kan dat nog een analoge tachograaf zijn. Uitgezonderd van de tachograafplicht zijn de voertuigen die zijn uitgezonderd van 561/2006, zie bijlage 2 in de verdieping. Ook lesvoertuigen met een L-bord zijn vrijgesteld van het gebruik van de tachograaf. Daarnaast zijn er specifieke uitzonderingen, zie de bijlagen in de verdieping.

Wordt er met de digitale tachograaf gereden in een situatie waarin de tachograaf niet verplicht is, dan zal deze op ‘out-of-scope’ ingesteld moeten worden. Dat betekent dat de werkzaamheden die dan verricht worden niet onder de werkingssfeer (= scope) van de verordening vallen.

De digitale tachograaf werkt in combinatie met bestuurderskaarten en registreert de volgende activiteiten van de chauffeur:

  • De rijtijd: de registratie van de rijtijd gebeurt automatisch.
  • De beschikbaarheidstijd: dat is de voorzienbare wachttijd, bijvoorbeeld het wachten bij een laad/losadres waarvan de duur van te voren bekend is. Beschikbaarheidstijd is ook de
    tijd van de 2e bestuurder bij dubbele bemanning. De registratie van beschikbaarheidstijd is overigens van belang voor de 48-urige werkweek.
  • De pauzes en rust: de digitale tachograaf registreert bij stilstand automatisch ‘overige werktijd’. Wordt er pauze of rust gehouden, dan dient dit dus handmatig te worden ingesteld. Daarbij moet de pauze minimaal 15 minuten duren anders springt hij terug op ‘overige werktijd’.
  • Overige werktijd: bijvoorbeeld laden/lossen en onvoorziene wachttijden.
  • Op de digitale tachograaf wordt bovendien ‘boot/trein’ ingevoerd wanneer het voertuig wordt vervoerd met de boot of de trein. Deze instelling wijzigt automatisch wanneer het
    voertuig weer gaat rijden.

Daarnaast worden ook de snelheid, gereden afstand en onregelmatigheden geregistreerd door de tachograaf. De gegevens worden opgeslagen in het geheugen van de voertuigunit en op de persoonlijke bestuurderskaart van de chauffeur.

De bestuurderskaart houdt per chauffeur de rij- en rusttijdgegevens bij van maximaal 28 dagen. De voertuigunit slaat de gegevens van de afgelopen 365 dagen op. De werkgever download met behulp van de bedrijfskaart de gegevens uit het massageheugen.

Controle en handhaving

Inspectie Leefomgeving en Transport (ILenT) is verantwoordelijk voor controle op de naleving van het ATB voor het vervoer, de Arbeidsinspectie controleert de naleving van de Arbeidstijdenwet. Deze instanties kunnen bedrijfscontroles uitvoeren. Verder kan de chauffeur onderweg gecontroleerd worden. De boetes die in Nederland gelden zijn te vinden in de boetecatalogus van het ministerie van ILenT.

Onderweg dient de chauffeur de volgende gegevens bij zich te dragen en op verzoek van de controlerende instanties tonen:

  • De tachograafschijven van de dag zelf en de voorafgaande 28 kalenderdagen.
  • De bestuurderskaart.
  • De handmatig opgetekende gegevens en afdrukken van de dag zelf en de voorafgaande 28 dagen indien er sprake is van dagen dat er zonder kaart of schijf is gereden wegens beschadigde kaart, verloren of gestolen kaart, etc.
  • In het buitenland: indien er dagen zijn waarop geen gegevens zijn geregistreerd wegens verlof of werkzaamheden die niet onder de verordening vallen een Verklaring van Activiteiten.

De Europese Commissie heeft zes richtsnoeren gepubliceerd die een verduidelijking zouden moeten bieden aan de handhavers bij toepassing van de verordening. Vijf van deze richtsnoeren gaan over de rij- en rusttijden en één gaat over de Verklaring van Activiteiten.

De richtsnoeren bieden een zeer beperkte tolerantiemogelijkheid in uitzonderlijke situaties, waarbij de beoordeling of er terecht afgeweken wordt van de rij- en rusttijden, overgelaten wordt aan de controlerend ambtenaar. Duidelijkheid of rechtszekerheid bieden deze richtsnoeren niet.