Sociale verzekering bij werken in meerdere lidstaten

Voor chauffeurs die werken in meerdere landen kan het onduidelijk zijn van welke lidstaat de wetgeving van toepassing is.

​​​​Als het woonland van de chauffeur die in meerdere lidstaten werkt en de vestigingsplaats van de werkgever zich in dezelfde lidstaat bevinden, is altijd de wetgeving van deze lidstaat van toepassing. Dan is het dus ook niet nodig vast te stellen of er wel of niet een substantieel gedeelte van de werkzaamheden in het woonland wordt verricht.
 
Nederlandse bedrijven met chauffeurs die wonen in een ander EU-land dan waar de werkgever is gevestigd en die werken in twee of meer lidstaten, hebben te maken met verschillende situaties.

Substantieel werken in woonland

Als de chauffeur niet in NL woont, maar in een ander EU-land en in dat land ook substantieel werkt dan is de chauffeur verzekerd in zijn woonland. De werkgever moet dan in het woonland van de werknemer de sociale verzekeringspremies afdragen.
 
Bijvoorbeeld de chauffeur woont in Frankrijk en de werkgever is gevestigd in Nederland. De chauffeur werkt twee dagen per week in Frankrijk en drie dagen in Nederland. Als de chauffeur twee van de vijf dagen in Frankrijk werkt, dus 40% van zijn tijd, dan verricht hij daar een substantieel gedeelte van zijn werkzaamheden en is de Franse wetgeving van toepassing.

Niet substantieel werken in woonland

1 werkgever

Als de chauffeur geen substantieel gedeelte van zijn werk verricht in zijn woonland geldt de wetgeving van het land waar de werkgever is gevestigd, indien de chauffeur in dienst is van één onderneming of werkgever.
 
Bijvoorbeeld een Duitse chauffeur die werkzaam is bij een onderneming in Nederland. Hij werkt een dag per week thuis in Duitsland en de rest van de week in Nederland. Aangezien één dag per week gelijkstaat aan 20% van de activiteiten verricht deze chauffeur geen substantieel gedeelte van zijn werkzaamheden in Duitsland. Deze chauffeur heeft ook maar 1 werkgever, en daarom is de Nederlandse wet van toepassing.

2 werkgevers in 1 lidstaat

Als de chauffeur geen substantieel gedeelte van zijn werk verricht in zijn woonland en in dienst is van twee werkgevers die gevestigd zijn in dezelfde lidstaat dan is de wetgeving van de lidstaat waar de werkgevers zijn gevestigd van toepassing.
 
Bijvoorbeeld een Duitse chauffeur die werkzaam is voor twee ondernemingen die zijn gevestigd in Nederland en die maar een halve dag per week in Duitsland werkt. Deze chauffeur heeft twee Nederlandse werkgevers, en werkt niet substantieel in zijn woonland, daarom is de Nederlandse wet van toepassing.

2 werkgevers in 2 lidstaten waarvan 1 in het woonland

​Als de chauffeur geen substantieel gedeelte van zijn werk in zijn woonland verricht en hij is in dienst van twee werkgevers waarvan er een gevestigd is in zijn woonland, dan geldt de wetgeving van het land waar de werkgever is gevestigd die niet gevestigd is in het woonland.
 
Bijvoorbeeld een Roemeense chauffeur die in dienst is van twee werkgevers, een Nederlandse werkgever en een Roemeense werkgever. De chauffeur werkt een dag per week voor de Roemeense werkgever in Roemenië, en de overige dagen werkt de chauffeur voor de Nederlandse werkgever in Nederland. In dit geval geldt de Nederlandse wetgeving. De reden daarvoor is dat er niet substantieel gewerkt wordt in het woonland.

2 werkgevers in verschillende lidstaten niet zijnde het woonland chauffeur

Als de chauffeur geen substantieel gedeelte van zijn werk in zijn woonland verricht en hij is in dienst van twee werkgevers die gevestigd zijn in twee verschillende andere lidstaten dan
waar hij woont dan is de wetgeving van het woonland van toepassing. Er is dan geen werkgever in het woonland, er wordt niet substantieel gewerkt in het woonland, maar toch geldt dan de wetgeving van het woonland.
 
Bijvoorbeeld een Hongaarse chauffeur die werkt voor een Nederlandse en een Slowaakse werkgever. De chauffeur werkt een dag per week voor de Slowaakse werkgever, al dan niet in
Hongarije, en de overige dagen werkt hij in Nederland. De twee werkgevers zijn gevestigd in verschillende landen, er is geen werkgever in het woonland, en er wordt ook niet substantieel
gewerkt in het woonland, toch geldt dan de wetgeving van het woonland.

Wanneer zijn werkzaamheden substantieel?

Als in het kader van een algemene beoordeling blijkt dat ten minste 25% van de arbeidstijd van een werknemer in zijn woonland wordt besteed en/of ten minste 25% van zijn loon in zijn woonland wordt verdiend, dan wordt dit gezien als substantieel.
 
Voor de beoordeling van een ‘substantieel gedeelte van de werkzaamheden’ bij deze groep werknemers, wordt arbeidstijd als het meest passende criterium beschouwd om een beslissing
op te baseren. Als er geen gegevens beschikbaar zijn over het aantal arbeidsuren in de lidstaat van de woonplaats of als uit de omstandigheden als geheel niet duidelijk blijkt dat een substantieel gedeelte van de werkzaamheden in de lidstaat van de woonplaats zijn verricht, kan een andere methode worden toegepast om te bepalen of er al dan niet sprake is van
substantiële werkzaamheden in de lidstaat van de woonplaats. In het geval van vervoer over de weg zou men zich daarbij kunnen richten op het laden en lossen van vrachten en de verschillende landen waar dit plaatsvindt.
 
Voorbeeld: Een chauffeur woont in Duitsland en werkt voor een Nederlandse transportonderneming. De werkzaamheden van de chauffeur worden verricht in Nederland, België, Duitsland en Oostenrijk. Er is geen registratie van arbeidsuren bekend, daarom wordt gekeken naar het laden en lossen. In een bepaalde periode, stel een week, laadt en lost hij de wagen vijf maal. Een van deze keren laadt en lost hij in Duitsland, dit komt overeen met 20% van het totaal. Dit is een indicatie dat er geen substantieel gedeelte van de werkzaamheden het woonland wordt verricht. Dat betekent dat de Nederlandse wetgeving van toepassing is.
 
Als bij een eerste beoordeling gelijk al duidelijk blijkt dat een werknemer substantieel werkzaamheden verricht in zijn woonland, dan hoeven de genoemde criteria uiteraard niet te
worden toegepast om te bepalen waar de premie moet worden afgedragen.
 

Bij de beoordeling van het begrip substantieel geldt dat rekening moet worden gehouden met de verwachte situatie in de volgende twaalf kalendermaanden. Als de verwachting is dat komende maanden eenzelfde patroon zullen kennen als de afgelopen maanden dan mogen de afgelopen maanden als uitgangspunt dienen voor de beoordeling.

In het internationaal vervoer zijn werkzaamheden soms aan frequente veranderingen onderhevig. Het is niet praktisch en evenmin in het belang van de werknemer om de
toepasselijke wetgeving iedere keer dat zijn route of rooster verandert te herzien. Dat betekent dat zodra er een beslissing over de toepasselijke wetgeving is genomen, deze in principe, en
onder voorwaarde dat de informatie door de werkgever of de desbetreffende werknemer naar zijn beste weten is verstrekt, gedurende een periode van ten minste twaalf maanden
daaropvolgend niet herzien wordt.
 
Als er sprake is van significante wijzigingen in de situatie van de werknemer dan hebben werknemer en/of werkgever de plicht de aangewezen instelling daarvan in kennis te stellen.
 

P​rocedure bij werken in meerdere lidstaten

In zijn algemeenheid geldt bij het werken in verschillende lidstaten dat het woonland van de werknemer vaststelt welke wetgeving van toepassing is. Dan hoeft overigens niet te betekenen dat dit de wetgeving van het woonland is.
 
De werknemer die in twee of meer lidstaten werkt, moet de aangewezen instelling van de lidstaat waar hij woont van deze situatie in kennis stellen. Deze instelling moet vaststellen
welke wetgeving van toepassing is. Na vaststelling informeert de instelling vervolgens de aangewezen instelling in elk van de lidstaten waar werkzaamheden worden verricht en waar de
zetel of vestigingsplaats van de werkgever zich bevindt over haar vaststelling. De toepasselijke wetgeving wordt definitief als deze niet binnen twee maanden na deze kennisgeving wordt
betwist. De werknemer in kwestie wordt in kennis gesteld met een brief of met behulp van het draagbare document A1, dit is een verklaring waarin de toepasselijke wetgeving wordt vermeld.
In veel landen controleert de arbeidsinspectie of de chauffeur sociaal verzekerd is, met een A1 (E101) formulier kan dit worden bewezen. Op de website van de Sociale Verzekeringsbank​ is veel informatie te vinden over het werken in meerdere lidstaten en kan ook de A1 (E101) verklaring worden aangevraagd.

Overgangsrecht

Onder de oude verordening (1408/71) gold voor internationale chauffeurs een uitzondering inhoudende dat chauffeurs:

  • ​​Verzekerd zijn in het land waar de werkgever gevestigd is, tenzij
  • Werkend voor een filiaal in een andere lidstaat, dan daar verzekerd, tenzij
  • Hoofdzakelijk werkzaam zijn in hun woonland, dan daar verzekerd. In Nederland betekent hoofdzakelijk voor meer dan 70%, maar dit verschilde per lidstaat.
Deze bepaling is komen te vervallen en in plaats hiervan is het begrip ‘substantieel gedeelte van de werkzaamheden’ gekomen. Om te voorkomen dat er vanaf 1 mei 2010, de
inwerkingtredingdatum van de nieuwe wetgeving, gelijk grote verschuivingen in ‘SV land’ zouden optreden is er gekozen voor een heel ruim overgangsrecht. Werknemers die voorafgaand aan de nieuwe verordening rechten ontleenden aan de vorige verordening kunnen maximaal 10 jaar lang onder de oude verordening vallen. Het is verstandig om een kopie van de
oude E 101-verklaring te archiveren zodat de oude rechten bewezen kunnen worden. De oude rechten blijven alleen van kracht indien de bestaande situatie ongewijzigd voortduurt.

Werkgever verantwoordelijk
Hoewel de werknemer aan het bevoegd orgaan in zijn woonland dient door te geven dat hij in twee of meer lidstaten werkt, is het van belang dat de werkgever dit controleert, de werkgever is
immers verantwoordelijk voor de juiste inhouding.
 
Als de premies moeten worden betaald in een ander land dan waar de werkgever gevestigd is, dan mag de werknemer dit ook in naam van de werkgever doen. Het lastige hieraan is wel dat het zaak is dit toch te controleren want de werkgever blijft verantwoordelijk voor de juistheid van de afdracht. En het is ook de werkgever die verplicht is om een dergelijke afspraak indien gemaakt ter kennis te brengen van het bevoegde orgaan in het woonland van de werknemer. Mocht een werkgever overgaan tot het maken van deze afspraak met de werknemer dan is het zaak dit goed vast te leggen.

Lijst instanties EU

Bekijk ook de lijst met de verschillende instanties binnen de EU​.​

Bronvermelding en verwijzing

Verdieping

Voor de leden die alles over het onderwerp willen weten