Succesvol FENEX-congres in Rotterdam

Er gebeurt veel, heel veel, ook in de expeditiewereld. Het afgelopen congres van FENEX liet dit haarfijn zien, in woord en beeld.

​FENEX-voorzitter Ruud Vat geeft het nog maar eens aan: de toekomst is onvoorspelbaar. Dat betekent volgens hem dat we onze ogen moeten openhouden, zodat we klaar zijn voor datgene wat komen gaat. ‘En ik ben ervan overtuigd dat dat gaat lukken.’

Nieuwe fase

Jaap van Duijn onderschrijft de woorden van Vat. Als voormalig directielid en fondsmanager bij de Robeco Groep, buitengewoon hoogleraar en columnist voor De Financiële Telegraaf, weet hij als geen ander dat we in turbulente tijden verkeren. Hij spreekt de verwachting uit dat de sector aankomend jaar nog wel een redelijk jaar zal kennen, maar hij maakt zich zorgen over de jaren erna. ‘We bevinden ons aan het einde van een tijdvak, er komt een einde aan het optimisme en de verliezers beginnen zich te roeren. De grenzen gaan langzaamaan dicht en het nationalisme keert terug. Tegelijkertijd lijkt de groei vanuit de vrijhandel achter ons te liggen, met stagnerende goederenstromen tot gevolg. Kortom, er is behoefte aan een nieuwe fase, die deze negatieve trend kan doorbreken.’ Volgens Van Duijn moeten we daar nog wel even op wachten. ‘We bevinden ons nu in een tussenperiode, pas in 2030 zullen we echt merken dat de nieuwe fase is ingegaan.’ Om de genoemde ontwikkelingen een hoofd te kunnen bieden, adviseert Van Duijn om duidelijke keuzes te maken. ‘Kies voor specialisatie of voor generalisatie. Beide opties zijn mogelijk, maar maak in ieder geval een duidelijke keuze.’

Langetermijnvisie nodig

Vat stelt in het verlengde van het verhaal van Van Duijn dat innoveren geen keuze, maar een absolute noodzaak is. ‘We opereren in een prijsgedreven markt, met soms krankzinnige betaaltermijnen tot wel 300 dagen. Dat kan wrijven met de noodzaak om te innoveren. Maar toch moeten we ons niet laten tegenhouden, simpelweg omdat het onvermijdelijk is.’ In de plenaire discussie die volgt, komen deze en andere onderwerpen aan de orde. De wens om tot kortere betaaltermijnen te komen, wordt herhaald, waarbij de expediteurs ook voor een deel de hand in eigen boezem steken. ‘Je bent er tenslotte zelf bij’, stelt iemand. ‘Afspraak is afspraak, zo simpel is het’, stelt iemand anders. Een ander thema is het plannen op basis van kunstmatige intelligentie. Amazon en Coolblue zijn al zo ver. Waarom de transportsector nog niet? De noodzaak is ook immers ook hier duidelijk aanwezig, want voor we het weten, wordt de retailer ook transporteur. ‘Tijd, geld en visie zijn nodig om op dit vlak stappen te kunnen zetten’, zo klinkt er uit de zaal, waar ook wordt gesteld dat bedrijven personeel moeten aannemen die hieraan invulling kunnen geven. ‘Een langetermijnvisie is nodig om op dit vlak te excelleren. Dat maakt tevens de keuze voor een bepaald partnerschap logisch.’

Voldoende uitdagingen

Ten slotte gaat de aandacht nog uit naar de Douane, als facilitator van een groot aantal processen. ‘De Douane staat nu weliswaar in een verkeerd daglicht, maar laten we niet vergeten dat onze samenwerking enorm bijdraagt aan het succes van de BV Nederland. Steun is dus op z’n plaats, willen we met z’n allen onze unieke positie in de wereld behouden.’ Vat knikt en is het eens met deze mening: de Douane is als partner enorm belangrijk voor de expediteurs. Terugkijkend, is hij blij met datgene wat is besproken op het congres. ‘Het is duidelijk dat er nog voldoende uitdagingen zijn voor de expediteurs, maar ik ben vol vertrouwen dat we deze uitdagingen met succes aangaan. Zeker als we de juiste mensen hiervoor aannemen en we ons blijven inzetten op kennis.’

Bronvermelding en verwijzing

Verdieping

Voor de leden die alles over het onderwerp willen weten