Diervoedervervoer - Stappenplan GMP+ certificering

Het certificeren voor GMP+ Feed Safety (FSA) laat zich in vijf stappen uitleggen. Lees er alles over op deze verdiepingspagina.

Stap 1: Is GMP+ certificering vereist en praktisch haalbaar?

Certificering vereist?
Binnen GMP+ bestaat er een uitzondering op de norm dat transport uitgevoerd dient te worden door GMP+ gecertificeerde vervoerders. Dit betreft het transport van verpakte producten. Met verpakte producten wordt bedoeld: zakgoed, producten in een afgesloten direct verzegelde container (die geen eigendom is van de vervoerder), eenmalige bigbags die afgesloten kunnen worden.

Er bestaan zogenaamde Poortwachterprotocollen. Dit zijn constructies waarbij de opdrachtgever als Poortwachter optreedt. Een vervoerder moet dan wel aa​n voorwaarden voldoen, maar hoeft niet gecertificeerd te zijn. Deze protocollen kunnen onder andere toegepast worden bij het vervoer van hooi en stro.​

Praktisch haalbaar?
Hygiëne vormt een belangrijk element binnen het GMP+ transport. Er moet voorkomen worden dat vrachten diervoeder vervoerd worden in vuile wagens en daarmee indirect een risico vormen voor de voedselveiligheid. Dit betekent dat GMP+ reinigingsregimes voorschrijft en ook verboden ladingen kent.

  • Voertuigen waarmee ‘verboden ladingen’ zijn vervoerd (denk aan dierlijke mest, puinasfalt, rioolslib, e.d.) mogen daarna niet ingezet worden voor het vervoer van diervoeders.
  • Voor toegelaten ladingen zijn per productsoort ‘reinigingsregimes’ (droge reiniging, reiniging met water, e.d.) vastgesteld; wanneer je product ‘x’ vervoert dien je minimaal reinigingsregime ‘y’ uit te voeren om er daarna diervoeder mee te mogen vervoeren.

GMP+ heeft een database waarin producten zijn opgenomen met hun bijbehorende reinigingsregimes: International Database Transport (for) Feed (IDTF). Vul te vervoeren ladingen in en ga na of je aan deze reinigingsregimes kunt voldoen / of deze niet de status ‘verboden lading’ hebben.

Stap 2: Selecteer de relevante GMP+ FSA standaard

Het GMP+ kwaliteitssysteem is gericht op de hele (internationale) diervoederketen. Voor verschillende soorten bedrijven (productie, handel, transport, etc.) bestaan verschillende soorten standaarden/documenten. Voor het transport van diervoeders is ‘GMP+ B4 Transport’ de belangrijkste normatieve GMP+ standaard (hieraan dienen beroepsvervoerders te voldoen, maar bijvoorbeeld ook producenten met eigen vervoer). Hiernaast zijn documenten waar een link gelegd wordt naar transport en op- en overslag, of documenten die niet bestaan uit voorschriften, maar ter ondersteuning dienen.

Stap 3: Opzetten van een voederveiligheidssysteem

  • Ontwerp een voederveiligheidssysteem (geef invulling aan GMP+ B4 Transport module); beschrijf het kwaliteitsbeleid, omschrijf de reikwijdte van het feed safety management systeem, beschrijf alle relevante procedures, instructies, registratieformulieren, etc.
  • Voer een interne audit uit om te controleren of aan alle voorwaarden wordt voldaan die van toepassing zijn. (Tip: gebruik hiervoor de Checklijst B4)
  • Verbeter het voederveiligheidssysteem indien nodig.

TLN kan je helpen bij het vinden van hoogwaardige ondersteuning bij het opzetten en onderhouden van een voedsel- of diervoederveiligheidssysteem. Neem contact op met je relatiebeheerder of bel ​088 – 456 75 67 (TLN Ledendesk) om naar de mogelijkheden te informeren.

Stap 4: Selecteer een geschikte certificatie (CI)

  • Selecteer een geschikte certificatie-instelling (CI) die is goedgekeurd door GMP+ International.
  • Alleen een CI mag een GMP+ / diervoederveiligheid certificaat afgeven.
    In Nederland zijn er zo’n 10-15 CI’s gevestigd die goedgekeurd zijn door GMP+ International. Deze zijn vindbaar in de GMP+ Bedrijvendatabase. Selecteer een CI via de keuzes:

    • ‘Country’: ‘The Netherlands’
    • ‘Scope’: Transport of feed – Road transport
  • Onderteken het contract met de certificatie-instelling.
    • Het kan lonend zijn om bij verschillende CI’s een offerte aan te vragen.
    • Ga vooraf na op welke termijn auditing / certificering mogelijk is als certificering op korte termijn gewenst is. Hiermee voorkom je mogelijk teleurstellingen.

Stap 5: Laat een audit uitvoeren door de certificatie-instelling (CI)

  • Laat de CI een audit uitvoeren.
  • Voer, indien nodig, correctieve maatregelen door.
  • Ontvang het GMP+ certificaat.

NVWA Registratie diervoeders

Vanwege Europese diervoederwetgeving dient een transporteur van diervoerder (-ingrediënten) zich te registreren bij de NVWA als ‘transporteur van diervoerders’. Dit dient te gebeuren naast de GMP+ certificering. Registratie bij de NVWA verloopt via de NVWA-website.

Dierlijke bijproducten

Dierlijke bijproducten zijn producten van dierlijke oorsprong en daarvan afgeleide producten (AP) die niet (meer) voor menselijke consumptie zijn bestemd. Wanneer producten van dierlijke oorsprong vervoerd worden ten behoeve van de diervoederketen (denk aan melkpoeder, dierlijke eiwitten, etc.), dan dient voldaan te worden aan vereisten in het kader van diervoeders én dierlijke bijproducten wetgeving. Dit betekent onder andere:

  • Registratie bij NVWA voor het transport van diervoeders én dierlijke bijproducten.
  • Gebruik van ‘Handelsdocument dierlijke bijproducten’ bij internationaal vervoer.
  • Indien bulkvervoer; Bebording van de auto volgens vastgelegde regels.

Afwisselend vervoer van levensmiddelen, diervoeders en dierlijke bijproducten

Vervoerders die afwisselend bulkproducten vervoeren ten behoeve van de diervoederindustrie en levensmiddelenindustrie hebben te maken met wettelijke voorschriften ten aanzien van diervoeders, levensmiddelen(hygiëne) en mogelijk ook dierlijke bijproducten.