Al jaren verzetten Europese vervoersorganisaties zich tegen het Oostenrijkse anti-transitbeleid. De maatregelen hebben geleid tot een inbreukprocedure van Italië tegen Oostenrijk. Met de conclusie van de advocaat-generaal wordt opnieuw benadrukt dat nationale maatregelen die grensoverschrijdend transport beperken zorgvuldig moeten worden getoetst aan het Europese recht.
Verplaatsen van problemen
TLN begrijpt echter niet dat de zogenoemde blokafhandeling of verkeersdosering in het advies wordt aangemerkt als een verkeersmaatregel om congestie te voorkomen. In de praktijk worden vrachtwagens bij de grens tegengehouden, waardoor lange wachtrijen ontstaan. De gevolgen zijn vooral zichtbaar aan Duitse zijde, waar files regelmatig oplopen tot vele tientallen kilometers.
Volgens TLN voorkomt het systeem congestie niet, maar verplaatst het de problemen naar een ander land. Daarnaast leiden de wachttijden tot extra druk op chauffeurs en verstoringen in de logistieke keten.
Belang voor de sector
TLN vindt dat ook de verkeersdosering kritisch moet worden beoordeeld op de gevolgen voor de interne markt, de verkeersveiligheid en de arbeidsomstandigheden van chauffeurs. Bewust gecreëerde wachttijden en stilstaand verkeer passen volgens TLN niet bij een efficiënte, duurzame en concurrerende Europese logistieke keten.
Voorlopig oordeel
De conclusie van de advocaat-generaal is nog geen definitieve uitspraak van het Europees Hof van Justitie. Omdat dergelijke adviezen vaak worden gevolgd, kijkt de Europese transportsector met grote belangstelling uit naar het uiteindelijke oordeel. TLN blijft de ontwikkelingen volgen en zich inzetten voor een goed functionerende en onbelemmerde goederenstroom binnen Europa.


