Een jong bedrijf van twee generaties

Vader Jelle en zoon Jacob Breeuwsma hebben samen een transportbedrijf in het landelijk gelegen Friese Folsgare, even buiten Sneek. Twee generaties in één bedrijf is op zich niet heel opzienbarend, maar in dit geval toch bijzonder. De zoon is niet in het bedrijf van de vader gestapt, maar de vader in dat van zijn zoon. We praten met ze over het bedrijf, de toekomst, het dagelijks werk en generatieverschillen.

Jacob Breeuwsma (25) begon zo’n twee jaar geleden zijn eigen bedrijf. Na een jaar kwam zijn vader Jelle (61) erbij. Breeuwsma Transport is een VOF, een vennootschap onder firma. Dat betekent dat beide partners gelijkwaardig zijn. De een is niet de baas van de ander. Ze vertellen openhartig hoe het zo is gekomen en waarom het goed gaat, ondanks het leeftijdsverschil. Jelle en de wereld van het transport lijken een twee-eenheid. Ooit begonnen als chauffeur had hij een kwart eeuw een leidinggevende functie. Hij klom op tot directeur van een grote transportonderneming, gespecialiseerd in intermodaal tankcontainertransport en tanktransport van levensmiddelen en ongevaarlijke vloeistoffen. De wereld van de logistiek bepaalde het dagelijks leven. Het was meer dan gewoon een baan.

Bouwkunde

Als stimulans voor een goede toekomst, kregen zijn drie kinderen de gelegenheid het groot rijbewijs te halen. Zijn beide zoons namen het aanbod aan, zijn dochter koos voor een andere richting. Jacob hoefde geen minuut na te denken. Als kind ging hij al met zijn vader mee op zakenreis, zelfs naar buitenlandse bestemmingen. Al vroeg was hij te vinden op de wasplaats van het bedrijf waar zijn vader werkte. Hij vond het prachtig, tussen die auto’s. Meteen toen hij achttien was, haalde hij zijn rijbewijs en al snel zat hij achter het stuur. Toch koos hij na de middelbare school voor een opleiding bouwkunde. Bij een oriëntatiedag wisten de docenten hem te boeien. De presentatie was veel aantrekkelijker dan wat de transportafdeling liet zien. Jacob ging overstag. ‘Ik heb altijd met mijn handen willen werken en de bouw paste daar wel bij.’

Corona

Hij begon aan de studie, maar de aantrekkingskracht van de transportwereld bleef. Na een week studeren kroop hij op vrijdagmiddag achter het stuur om nog een vracht weg te brengen. ‘Dat was altijd mooi’, zegt hij nu met een grote glimlach. Toen kwam corona. Het studeren op afstand achter het beeldscherm ging hem niet goed af. Zijn liefde voor het transportvak bleek sterker dan een mogelijke loopbaan in de bouw. Hij stopte met zijn opleiding. Zijn vader was niet echt verbaasd. Na twee jaar in loondienst nam Jacob het moedige besluit een eigen bedrijf te starten. Jelle vond dat wel mooi. Waar hij kon, stimuleerde hij zijn zoon, onder meer door als adviseur zijn vakbekwaamheidsdiploma in te brengen. Jacob moet dat nog wel binnen drie jaar behalen om verder te kunnen.

Partners

Een jaar na de start van de onderneming, besloot Jelle zich aan te sluiten bij het nieuwe bedrijf. Terug naar de basis, achter het stuur, na al die jaren op kantoor. Met zijn komst kwam er een tweede auto bij het jonge bedrijf. Vader en zoon besloten om samen eigenaar te worden. In die zin zijn het echte partners. Jacob werkt vijf dagen per week, Jelle tweeënhalve dag. Daarnaast doet hij de administratie. Ze hebben nog één medewerker in dienst die ook tweeënhalve dag werkt. Het meeste werk wordt als charter gedaan voor enkele vaste opdrachtgevers.

Eerlijk

Over het leiden van de zaak zijn ze het opvallend eens. Ze hebben dezelfde opvattingen over de werkmentaliteit. Flexibiliteit, betrouwbaarheid en eerlijkheid zijn de uitgangspunten van hun handelen. Open met elkaar omgaan is hun kracht. Dat wil zeggen: met respect naar de ander duidelijk maken hoe je ertegenaan kijkt en dan samen tot een goed besluit komen. ‘Je moet altijd eerlijk blijven’, benadrukt Jelle nog een keer. Dat is de basis van succes. De kracht van het bedrijf is de bereidheid om de opdrachtgever te helpen. ‘Als een klus past, dan doe ik het’, zegt Jacob. ‘Dat betekent soms ook om vier uur ’s ochtends op of een keer in het weekend werken.’

Rendement

Ook over een gezonde bedrijfsvoering zijn ze het roerend eens. Je moet durven een opdracht af te slaan als de opdrachtgever een prijs voorstelt waarvoor je het eigenlijk niet kunt doen. ‘Je moet kijken naar het rendement en niet naar de omzet’, weet Jelle op basis van zijn vorige werkzaamheden maar al te goed. ‘Het financieel plaatje moet gezond zijn. Je moet altijd goed blijven rekenen. Dat is de grootste uitdaging.’ Voor Jacob is het geen punt. ‘Er is genoeg werk. Je moet altijd kijken wat het oplevert. Je moet ook durven aangeven wat je ondergrens is.’ Als KTO-onderneming biedt Breeuwsma een breed pakket aan diensten. Dat spreidt het risico.

Visitekaartje

Op de vraag of er dan helemaal geen generatieverschillen zijn, schieten ze allebei in de lach. Jacob: ‘We hebben een andere opvatting over de vrachtauto. Die is voor mij als een huis, dat je naar je smaak wilt inrichten en van luxe wilt voorzien. Ik leef er de hele week in en slaap er ook. De auto biedt mij vrijheid en daardoor een goed gevoel. Bovendien zie ik de auto als mijn visitekaartje. Mijn vader is veel pragmatischer en zou minder geld uitgeven aan allerlei luxe.’ Hij voegt er direct aan toe: ‘Maar het moet natuurlijk niet te gek worden. Ik kijk ook naar wat het kost.’ Het werd een Scania S500. ‘Met een voorloopas’, benadrukt hij. Dat vindt ook Jelle een verantwoorde uitgave.

Beheerst tempo

Sprekend over de toekomst van het bedrijf, is Jacob helder over zijn ambities. ‘Ik zou willen groeien naar acht tot tien auto’s’, zegt hij stellig, wetend dat zijn vader dat streven steunt. ‘Maar wel in een beheerst tempo. Ik heb jongens gezien die razendsnel groeiden, maar daarna in de problemen kwamen. Dat wil ik niet. Belangrijk is om betrouwbare mensen aan te trekken waarop je kunt bouwen. Die op eenzelfde manier in het werk staan als wij.’ Is dat realistisch? Je hoort immers van veel ondernemers dat de jonge generatie er anders inzit dan de oudere. Ze willen een papadag om de kinderen naar het zwembad te brengen. Jacob is nog jong, woont nog thuis en vindt het geen punt om een weekend te werken en dan door de week vrij te zijn. Maar niet iedereen denkt er zo over. Mede op basis van zijn ervaring zegt Jelle: ‘Het gaat erom dat je open en eerlijk overlegt en goed communiceert.’ Jacob valt hem direct bij: ‘Je moet de ander altijd in zijn waarde laten. Sta open voor wensen en stel vragen. Zo kom je erachter of iets past of niet. Het is duidelijk wat er te doen is in het bedrijf. Belangrijk is betrokkenheid over en weer.’

Elektrisch

Het gesprek komt op verduurzaming, in het bijzonder elektrisch rijden. Voor Breeuwsma Transport is dat voorlopig nog niet aan de orde. De praktische bezwaren zijn nog te groot. ‘De afstanden die we afleggen zijn ongeschikt voor elektrisch vervoer’, zegt Jacob. ‘Ik rijd wel vijfhonderd kilometer plus op een dag.’ Jelle vult aan: ‘Het laden is een probleem. We zitten op het Friese platteland. Een zware netaansluiting naar onze boerderij is niet realistisch. Dan zouden we de wagens elders moeten neerzetten. Als je zelf de planning volledig in de hand hebt en geen vaste routes rijdt, is het een ander verhaal. Maar als charter heb je dat niet.

Bestuur

Als jonge ondernemer heeft Jacob - op aangeven van Jelle - al heel snel het TLN-lidmaatschap voor zijn bedrijf aangevraagd. Dat biedt mogelijkheden om informatie te krijgen en in contact te komen met anderen. ‘Je kunt zo je netwerk verbreden en leren van andere bedrijven’. Jacob is ook lid van JongTLN geworden. Voor Jelle is betrokkenheid bij de branchevereniging een vanzelfsprekendheid. Acht jaar lang was hij betrokken bij de deelmarkt RMO en later bij het cluster Agrifood. Hij was ook lid van de Ledenraad. Op dit moment is hij bestuurslid van TLN en KTO, waar hij goed zicht houdt op de belangen van de kleine transportondernemers binnen het verenigingsbeleid.

‘Het is een mooie ploeg’, vindt hij. ‘Je krijgt er veel informatie en het is een mooie ervaring.’ Het is goed, zo alles bij elkaar: mede-eigenaar van een kleine, jonge onderneming met je eigen zoon als compagnon, een halve week achter het stuur, verantwoordelijkheid voor de administratie van het bedrijf en bestuurlijk actief binnen de vereniging. En daarnaast ook nog tijd om andere, leuke dingen te doen.

Dit artikel is gepubliceerd in het KTO Magazine 2026. Tekst: Paul Wouters / Beeld: Paul Ridderhof