GDB Logistics groeit door lokaal te denken

GDB Logistics groeide in enkele jaren uit tot een internationaal logistiek bedrijf met vestigingen in verschillende Europese landen en ruim 100.000 vierkante meter warehousecapaciteit. Toch staan de drie broers De Boer, derde generatie binnen het familiebedrijf, nog altijd dicht bij de werkvloer. ‘We schalen enorm, maar houden onze lokale én familiebenadering’, zegt managing director Menno Mulder.

Het contrast met de beginjaren is groot. Grootvader De Boer begon als agrarisch transporteur met twee vrachtwagens, vervoerde vee naar regionale markten en ging later voor Amstel rijden. Via Heineken en het containervervoer groeide het bedrijf verder. Ongeveer twintig jaar geleden besloot de derde generatie dat alléén transport onvoldoende toekomstzekerheid bood. ‘Als vervoerder verzorg je maar een klein stukje van de totale logistiek en kun je vooral reageren op omstandigheden’, legt CEO Marcel de Boer uit.

Destijds werd nog vanuit portacabins gepland. ‘Na de verhuizing naar De Rijp hadden we twee kleine loodsen die we trots warehouses noemden’, aldus De Boer. Inmiddels beschikt GDB Logistics over ruim 100.000 vierkante meter warehousecapaciteit en vestigingen in verschillende Europese landen.

Dichter bij klanten en markten 

De grote versnelling kwam toen GDB steeds meer grip kreeg op de hele logistieke keten. Het bedrijf ontwikkelde zich van transporteur tot brede supplychain-dienstverlener, met onder meer transport, forwarding, warehousing, customs en fulfilment. Tegelijk koos het voor een decentrale aanpak: goederen niet onnodig vanuit één centrale plek door Europa vervoeren, maar warehouses en dienstverlening dichter bij klanten en afzetmarkten organiseren. Dat klinkt alleen veel eenvoudiger dan het is. ‘Formeel mag Europa één markt zijn, feitelijk is het dat niet’, zegt De Boer. Landen kennen verschillende btw-regimes, douaneprocedures en wetgeving. Ook havens werken verschillend. Daarom heeft GDB lokale mensen nodig die hun markt kennen. ‘Als je geen Fransman in Le Havre hebt zitten, vergeet het dan maar’, vult Mulder aan.

Juist om zo decentraal te kunnen werken, moet aan de achterkant veel centraal worden georganiseerd. Systemen houden zicht op voorraden, en goederenstromen en processen worden gestandaardiseerd. Het warehouse in Born dient daarbij als blauwdruk: lokale medewerkers worden er getraind om elders met dezelfde systemen, werkwijze en kwaliteitsnormen te kunnen werken. Tegelijk krijgen lokale teams van GDB volop ruimte om te ondernemen. Zo zag het team in Leipzig marktkansen voor de opslag van batterijen en solarproducten en werd daar een speciale loods voor ingericht.

Efficiency en duurzaamheid gaan samen

Die werkwijze levert ook duurzaamheidswinst op. ‘Iedere kilometer die je niet hoeft te maken, hoef je ook niet te compenseren’, vat Mulder het samen. Volgens GDB kan het decentrale model ongeveer 25 procent transportkilometers besparen en klanten tot 30 procent emissiereductie opleveren. Daarmee komen duurzaamheid en bedrijfseconomische efficiency bij elkaar. Dat is belangrijk, benadrukt Mulder. GDB kan bijvoorbeeld HVO100 aanbieden, waarmee veel CO2-uitstoot kan worden vermeden, maar die brandstof is duurder. ‘Terwijl je het zodanig moet inrichten dat duurzaamheid tevens leidt tot lagere kosten.’

Ook bij het vervoer dat wél nodig blijft, zoekt GDB steeds naar efficiëntere en duurzamere oplossingen. Zo kiest het bedrijf waar mogelijk voor intermodaal vervoer. Goederenstromen tussen de Rotterdamse haven en Born gaan grotendeels over het water en tussen Marseille en Lyon per spoor. Ook investeert GDB in elektrisch vervoer, zonnepanelen en batterijopslag. 

Ondanks de sterke internationale groei wil GDB geen anoniem concern worden. Lokale klanten zijn nog altijd zeer welkom en persoonlijke relaties blijven belangrijk. ‘Je moet ook niet weglopen om een container van A naar B te brengen’, zegt Mulder. Groei is volgens hem dan ook geen doel op zichzelf. ‘Ons hoofddoel is dat het bedrijf financieel gezond blijft en uiteindelijk kan worden doorgegeven aan een volgende generatie.’ Wat daarbij helpt, is de voortdurende verbeterdrang van de familie. De drie eigenaren blijven volgens Mulder ‘soms tot vervelens toe’, vragen of iets niet nóg slimmer of beter kan.

Roots blijven zichtbaar

En wie wil weten waar GDB vandaan komt, hoeft in het nieuwe hoofdkantoor niet ver te zoeken. Daar kregen zo’n vijftien oldtimers en historische vrachtwagens een eigen plek. De collectie ontstond uit de hobby van vader De Boer en alle voertuigen kunnen nog rijden. ‘Die oude vrachtwagens zijn onze roots’, zegt Marcel de Boer. Om daar lachend aan toe te voegen: ‘We hebben de organisatie eigenlijk om onze hobby heen gebouwd.’

Dit artikel is gepubliceerd in HUB, het ledenmagazine van TLN. Tekst: Baart Koster / Beeld: Menno Ridderhof