Food- Feed- Dierlijke bijproducten

Op het transport van de productgroepen food, feed en, dierlijke bijproducten (dbp) zijn verschillende wettelijke eisen van toepassing. Met name voor bedrijven die twee of meer van deze productgroepen vervoeren kan dit tot verwarring leiden. Hieronder staat per productgroep aangegeven en toegelicht wat wettelijk is voorgeschreven en hoe vervoerders daaraan kunnen voldoen.

Toelichting Food

Verordening (EG) nr. 852/2004 regelt voor de productgroep food onder andere de levensmiddelenhygiëne en HACCP-verplichtingen. HACCP staat voor Hazard Analysis Critical Control Points. In Verordening (EG) nr. 853/2004 staan specifieke voorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong. De voedselveiligheid moet systematisch worden beheerst en geborgd.

In de Hygiënecode Transport, Opslag en Distributie (TOD), ontwikkeld door TLN en Evofenedex, zijn de HACCP-beginselen van de Verordeningen (EG) nr. 852/2004 en 853/2004 uitgewerkt. Aan de code ligt een brancherisicoanalyse ten grondslag en de code omvat de wettelijke HACCP- en hygiëneverplichtingen. Om te voldoen aan de wet kan worden volstaan met het aantoonbaar toepassen van de Hygiënecode TOD en de NVWA-registratie.

Uitgangspunt voor Food

Bij het bulkvervoer van vloeibare, gegranuleerde of poedervormige levensmiddelen (food) moet op de wegtransportmiddelen de tekst ‘alleen voor levensmiddelen’ zijn aangebracht. Deze wegtransportmiddelen mogen niet voor vervoer van diervoeders (feed) of dierlijke bijproducten of andere stoffen (zoals chemicaliën) worden ingezet, ook niet na reiniging/ontsmetting van de laadruimte. De volgende aanvullingen of uitzonderingen gelden hierop:

  • Een levensmiddel (zowel van plantaardige- als dierlijke oorsprong) mag in bulk met een vervoermiddel met tekst “alleen voor levensmiddelen” worden vervoerd naar een diervoederbedrijf. Let op: Dit geldt alleen voor levensmiddelen die ook zo naar levensmiddelenbedrijven vervoerd worden. Zijn levensmiddelen bijvoorbeeld om kwaliteitsredenen afgewaardeerd, en dus niet meer bedoeld als levensmiddel? Dan is vervoer in een vervoermiddel met “alleen voor levensmiddelen” niet toegestaan.

  • Indien levensmiddelen van dierlijke oorsprong naar diervoederbedrijven worden vervoerd, dan dient ook aan de eisen van dierlijke bijproducten te worden voldaan.

Toelichting Feed

De Verordening (EG) nr. 183/2005 is opgesteld tot vaststelling van voorschriften voor diervoederhygiëne. Deze schrijft voor dat een exploitant van een diervoederbedrijf (incl. transport- en opslagbedrijven) werkt op basis van HACCP-beginselen. Dit kan het eenvoudigst door toepassing van de GMP+ standaard B4. Hiernaast stelt Verordening (EG) nr. 183/2005 een NVWA-registratie ‘diervoeder’ verplicht.

Bij het vervoer van diervoeders is het van belang dat het juiste reinigingsregime voor de verschillende ladingscategorieën wordt toegepast.

Met ingang van 16 september 2012 is strengere regelgeving in werking getreden voor transport van (plantaardige)oliën en (meng)vetten voor de diervoedersector (zie Vo. 225/2012). De Bijlage II van Verordening (EG) nr. 183/2005 is hierop aangepast.

Toelichting Dierlijke bijproducten (DBP) en afgeleide producten uit dierlijke bijproducten (AP)

De wettelijke eisen voor dierlijke bijproducten zijn geregeld in de Verordening (EG) nr. 1069/2009, de verordening (EG) nr. 142/2011, de Gezondheids- en Welzijnswet voor dieren, het Besluit dierlijke bijproducten en de Regeling dierlijke bijproducten 2011. Er zijn drie categorieën dierlijke bijproducten, waarmee in grote lijnen het volgende is toegestaan:

  • Categorie 1: moet als afval worden verwijderd; in Nederland wordt het materiaal eerst verwerkt tot vleesbeendermeel en vetten en daarna verwijderd door verbranding;

  • Categorie 2: mag worden verwijderd als afval, maar sommige producten mogen ook worden gebruikt in biogas- of composteerinstallaties of voor technische toepassing buiten de voedsel- en (dier)voederketen;

  • Categorie 3: mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt voor de productie van voeder voor gezelschapsdieren, diervoeder en technische producten, maar kan ook worden gebruikt in biogas- of composteerinstallaties.

Bedrijven die iets met DBP of afgeleide producten hiervan doen, zoals verwerken of transporteren, moeten bij de NVWA erkend of geregistreerd worden. In het algemeen geldt dat voor bedrijven die DBP en transporteren een registratie is vereist (dus geen erkenning). Registratie voor transport is niet nodig wanneer een bedrijf al erkend is én met eigen transportmiddelen de eigen producten vervoert. Bijvoorbeeld: een bedrijf dat erkend is voor de verwerking van slachtbijproducten haalt met eigen vervoermiddelen de slachtbijproducten op bij de slachterijen om bij hun eigen bedrijf verwerkt te worden.

Bij het vervoer van dierlijke bijproducten is vereist dat op het wegvervoermiddel of op de recipiënt een etiket is opgenomen met daarop de vermelding van de categorie dierlijke bijproducten én de specifieke vermelding die behoort bij het te vervoeren product. Veelgebruikte etiketten zijn:

  • ‘Categorie 1’ en de woorden ‘uitsluitend geschikt voor verwijdering’ (zwart etiket),

  • ‘Categorie 2’ en de woorden ‘niet voor dierlijke consumptie’ (geel etiket),

  • ‘Categorie 3’ en de woorden ‘niet voor menselijke consumptie’ (groen etiket),

  • Voor mest geldt: ‘Categorie 2’ en het woord ‘mest’,

Hiernaast bestaan er aanvullende teksten en kleurcodes voor specifieke producten. Deze staan beschreven in de Verordening (EG) Nr. 142/2011 (Bijlage VIII, hoofdstuk II) en zijn ook opvraagbaar bij TLN.

De belangrijkste eisen met betrekking tot vervoer van Dierlijke bijproducten (bijlage VIII bij EU Verordening nr. 142/2011) zijn:

  • Vervoer DBP en afgeleide producten hiervan in gesloten nieuwe verpakkingen of lekvrije voertuigen,

  • Voertuigen moeten schoon en droog zijn voor gebruik en voor zover nodig na elk gebruik gereinigd, gespoeld en/of ontsmet, om versleping te voorkomen,

  • DBP en afgeleide producten hiervan bestemd voor de diervoederproductie moeten tijdens het vervoer op een geschikte temperatuur worden gehouden,

  • Tijdens het vervoer moeten DBP en afgeleide producten vergezeld gaan van een handelsdocument,
  • Bij binnenlands vervoer is het voorgeschreven handelsdocument niet noodzakelijk, maar kan een model document (b.v. een CMR) de partij vergezellen. Hierop moeten wel bepaalde gegevens zijn opgenomen: zie hiervoor Bijlage VIII, Hoofdstuk III, punt 6, f).
  • De verzender en de vervoerder dienen tenminste twee jaar een kopie te bewaren van het handelsdocument. De ontvanger bewaart het origineel tenminste twee jaar.

Algemeen

Transporteurs hebben een meldplicht als ze constateren of vermoeden dat ze onveilige levensmiddelen of diervoeders vervoeren. Voor meer informatie: