Veel leden hebben ons laten weten zich zorgen te maken over de uitwerking van deze maatregel. Die zorgen begrijpen wij goed. De voorgenomen verlaging gaat naar verwachting pas in per september of later. Dat betekent dat bedrijven eerst te maken krijgen met invoering van de heffing per 1 juli, gevolgd door een aanpassing enkele maanden later. Dit brengt in de praktijk extra administratieve lasten met zich mee en kan leiden tot herberekeningen en aanpassing van afspraken met opdrachtgevers. Daarnaast sluit deze aanpak onvoldoende aan bij het onderliggende probleem van liquiditeitsdruk op korte termijn.
De maatregel komt niet direct voort uit een verzoek van TLN. Onze inzet richting politiek is de afgelopen maanden juist gericht geweest op het verlichten van de druk op de liquiditeit van transportondernemers, die door de stijgende dieselprijzen fors is toegenomen. In dat kader hebben wij nadrukkelijk gepleit voor verschillende maatregelen, zoals uitstel van belastingbetaling, verlaging of teruggave van accijnzen en andere vormen van directe lastenverlichting. Deze voorstellen zijn echter niet overgenomen. Daarom hebben wij richting het kabinet eerst en vooral gepleit voor maatregelen die de liquiditeitsdruk zo direct mogelijk verlichten.
In de gesprekken met het ministerie is uiteindelijk ook gekeken naar aanpassing van de vrachtwagenheffing. Daarbij heeft TLN steeds benadrukt dat eventuele maatregelen alleen effectief zijn als deze eenvoudig uitvoerbaar zijn, direct ingaan en geen afbreuk doen aan de terugsluis voor verduurzaming en innovatie. In de huidige uitwerking wordt de korting gefinancierd buiten de terugsluis om, waardoor deze middelen voor de sector behouden blijven.
Tegelijkertijd zien wij dat de sector met deze maatregel wel wordt meegenomen in het bredere pakket aan ondersteuning vanuit het kabinet. Dat is positief en onderstreept dat de zorgen van de sector worden erkend. TLN blijft zich aankomende periode actief inzetten voor een uitvoering die beter aansluit bij de praktijk van transportondernemers. Daarbij blijven wij in gesprek met het ministerie over mogelijke verbeteringen.





