Voor transportondernemers betekent dit concreet: langere reistijden, hogere kosten en toenemende onzekerheid in de planning. Achterstallig onderhoud leidt vaker tot omleidingen, beperkingen voor zwaar verkeer en extra files. Dat raakt niet alleen de sector, maar ook de bevoorrading van winkels, bouwprojecten en industrie. “Elke euro die niet in onderhoud wordt geïnvesteerd, vergroot de problemen op de weg en uiteindelijk ook de kosten voor de economie,” zegt Elisabeth Post, voorzitter van TLN en de Logistieke Alliantie. “We waarschuwen hier al jaren voor. Samen met partners in de Logistieke Alliantie en de Mobiliteitsalliantie vragen we structureel aandacht voor voldoende investeringen in infrastructuur. Helaas worden de verkeerde keuzes gemaakt.”
Volgens TLN is het des te moeilijker te begrijpen omdat het wegverkeer jaarlijks ruim € 21 miljard bijdraagt aan belastingen, heffingen en accijnzen. Daarvan wordt minder dan de helft geïnvesteerd in aanleg, onderhoud en beheer van wegen, vaarwegen en spoor. Tegelijkertijd loopt het tekort op en moeten steeds vaker noodzakelijke onderhoudsprojecten worden uitgesteld.
De recente berichten uit Noord-Nederland staan niet op zichzelf. Rijkswaterstaat geeft aan dat dit ook in andere regio’s speelt. TLN ziet dat het probleem zich daarmee landelijk gaat manifesteren, met risico’s voor doorstroming, verkeersveiligheid en de internationale concurrentiepositie van Nederland. “Dit is geen incident, maar een structureel probleem,” aldus Post. “Als Nederland bereikbaar wil blijven en de economie draaiend wil houden, zijn andere keuzes nodig. Die keuzes worden in Den Haag gemaakt, het is aan de politiek om hierin verantwoordelijkheid te nemen. Investeren in onderhoud is geen luxe, maar een randvoorwaarde voor bereikbaarheid én arbeidsproductiviteit.”

