De tariefsverhoging raakt vooral logistieke bedrijven die weg- en spoorvervoer combineren. Juist deze bedrijven zijn essentieel voor een efficiënt en duurzamer transportsysteem. Door de hogere kosten wordt vervoer per trein minder aantrekkelijk, terwijl de overheid wil inzetten op meer multimodaal vervoer.
Besluit bij overheid, uitvoering bij ProRail
De prijsstijging is geen keuze van ProRail, maar het gevolg van een besluit van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. ProRail krijgt de hogere kosten voor beheer en onderhoud niet vergoed en heeft daardoor geen andere mogelijkheid dan de tarieven te verhogen.
TLN: structurele verlaging nodig
TLN vindt dat het niet voldoende is om de prijsstijging alleen af te remmen. Voor echte groei van goederenvervoer per spoor is een structurele verlaging van de kosten nodig. Zonder die verlaging blijft opschaling uit en wordt het spoor nooit een volwaardige aanvulling in combinatie met wegvervoer. De overheid moet daarom een groter deel van de kosten op zich nemen, zodat het spoor concurrerend blijft.
Andere tariefstructuur
Daarnaast pleiten wij voor een andere manier van tariefbepaling. Nu maken tarieven geen onderscheid tussen korte en lange treinen. Of een trein 300 meter of 740 meter lang is, levert geen financiële prikkel op, terwijl langere treinen zorgen voor efficiënter gebruik van het spoor. Tarieven zouden beter moeten aansluiten bij het aantal vervoerde transporteenheden en de benutting van de trein.
Internationale afstemming nodig
Ook is internationale afstemming noodzakelijk. De kosten en randvoorwaarden voor spoorgebruik verschillen nu sterk per land. Ondernemers hebben behoefte aan duidelijkere en uniformere voorwaarden, zodat internationaal spoorvervoer eenvoudiger, goedkoper en aantrekkelijker wordt.
TLN blijft het ministerie aanspreken op zijn verantwoordelijkheid zich in te zetten voor lagere, eerlijkere en beter afgestemde spoortarieven die groei van goederenvervoer per spoor mogelijk maken.


