CAO
Met ingang van 1 januari 2026 geldt de nieuwe cao Beroepsgoederenvervoer. De cao-teksten zijn nog niet klaar, maar het onderhandelingsakkoord is in te zien via onze website.
Gelijke beloning uitzendkrachten
Vooruitlopend op de ingang van de ‘Wet meer zekerheid flexwerkers’ is in de nieuw overeengekomen uitzend-cao’s opgenomen dat uitzendkrachten een gelijkwaardige beloning moeten krijgen ten opzichte van werknemers die in bij de inlener werken en hetzelfde werk uitvoeren. De ingangsdatum van deze regel is 1 januari 2026. Zie: Uitzendkracht krijgt gelijkwaardige beloning per 2026.
Minimumuurloon
Het minimumuurloon wijzigt per 1 januari 2026 in € 14,71 bruto. Het minimumuurloon geldt voor werknemers van 21 jaar en ouder. Werknemers die jonger zijn dat 21 jaar hebben recht op een bepaald percentage van het minimumuurloon.
Let op! Weinig werknemers die vallen onder de cao Beroepsgoederenvervoer worden betaald volgens het minimumloon. Uitzondering zijn werknemers tot en met 20 jaar, die niet in het bezit zijn van een geldig getuigschrift van vakbekwaamheid voor het besturen van een vrachtauto dan wel het wettelijk verplicht TCVT-certificaat van vakbekwaamheid voor het bedienen van een mobiele kraan. Zij ontvangen op basis van de cao als loon een bepaald percentage van het wettelijk minimumloon. Dat percentage op basis van de cao is hoger dan het percentage dat voor deze werknemers geldt op basis van de Wet Minimumloon en Minimumvakantiebijslag.
AOW-leeftijd
De pensioenleeftijd op basis van de Algemene Ouderdomswet (AOW) blijft per 1 januari 2026 67 jaar en dat zal ook voor de komende jaren gelden. Pas in 2028 verandert de AOW-leeftijd in 67 jaar en 3 maanden.
De pensioenleeftijd als genoemd in de AOW is onder andere van belang voor werknemers met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Die arbeidsovereenkomst eindigt op basis van de cao Beroepsgoederenvervoer van rechtswege bij het bereiken van de AOW-leeftijd.
Onbelaste reiskostenvergoeding
De onbelaste reiskostenvergoeding blijft per 1 januari 2026 € 0,23 per km. Dit bedrag is onder andere van belang voor bedrijven die de reiskostenvergoeding woon-werkverkeer betalen op basis van de cao Beroepsgoederenvervoer. Overigens mag in positieve zin, ten gunste van de werknemer, van de cao-regeling worden afgeweken.
Onbelaste thuiswerkvergoeding
Het bedrag van de onbelaste thuiswerkvergoeding bedraagt per 1 januari 2026 € 2,45 per dag.
Maximum transitievergoeding
Bij het beëindigen of niet verlengen van de arbeidsovereenkomst op initiatief van de werkgever, heeft een werknemer meestal recht op een transitievergoeding. Die vergoeding kent een wettelijk maximum. Voor 2026 is dat maximum vastgesteld op € 102.000 bruto. Is het loon van de werknemer over twaalf maanden hoger dan genoemd bedrag, dan is de maximum transitievergoeding gelijk aan dat hogere loon.
Handhaving door de Belastingdienst
Sinds 2025 is de Belastingdienst weer gaan handhaven op schijnzelfstandigheid. Daarbij werd gekozen voor een zachte landing waarbij er in beginsel begonnen wordt met een bedrijfsbezoek en er nog niet beboet kon worden. Het was de bedoeling per 2026 weer regulier te gaan handhaven, maar na discussie in de Tweede Kamer is besloten de zachte landing gedeeltelijk te verlengen. Dat houdt in dat ook in 2026 geen verzuimboetes worden opgelegd en in beginsel gestart wordt met een bedrijfsbezoek. Pas vanaf 1 januari 2027 zullen ook deze elementen van de zachte landing komen te vervallen. Dit betekent dat, ten opzichte van 2025, vanaf 2026 wel vergrijpboetes kunnen worden opgelegd. Het kabinet vindt dit belangrijk, omdat deze boetes worden opgelegd in het geval van opzet of grove schuld. Opzet of grove schuld onbestraft laten is zeer onwenselijk voor de belastingmoraal.
Zie voor een uitgebreidere toelichting: Brief aan Eerste of Tweede Kamer - Niet uitvoeren motie: Zachte landing.
Afschaffing loonkostenvoordeel oudere werknemers
Vanaf 1 januari 2025 wordt het loonkostenvoordeel (LKV) voor de doelgroep van oudere werknemers (56 jaar of ouder) in stappen afgeschaft. Over 2025 ontvangen werkgevers een lager bedrag voor werknemers die op of na 1 januari 2024 in dienst zijn gekomen. En over 2026 ontvangt de werkgever geen bedrag meer. Voor werknemers die in dienst zijn gekomen vóór 1 januari 2024 wordt het LKV voor oudere werknemers niet verlaagd en afgeschaft. Voor hen houdt de werkgever maximaal 3 jaar recht op het LKV voor oudere werknemers.
Gedifferentieerde WW-premie
Geen wijzigingen in dit geval, maar ook dat is goed om te weten. We kennen sinds een aantal jaren een hoge en lage WW-premie. De lage WW-premie mag onder andere betaald worden als er sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd die geen oproepovereenkomst is en schriftelijk is overeengekomen.
De premies voor 2025 zijn: 2,74% en 7,74%. In 2026 wijzigen die percentages niet.





