Dierlijke bijproducten - Voorschriften

Bij vervoer en opslag van dierlijke bijproducten moeten bedrijven zich aan voorschriften houden.

De voorschriften waar bedrijven aan moeten voldoen, staan beschreven in:

Uitgezonderd van wettelijke verplichtingen

Er bestaan uitzonderingen op het moeten voldoen aan die reguliere voorschriften. Alleen als het gaat om dierlijke bijproducten die door verwerking zo veilig zijn dat ze het ‘eindpunt in de productieketen’ bereikt hebben. Het betreft hier onder andere producten zoals:

  • Cosmetische producten.
  • Huiden van hoefdieren en bont.
  • Verwerkt voeder voor gezelschapsdieren en hondenkluiven.

Zie de NVWA website voor een totaal overzicht van dierlijke bijproducten die onder de uitzondering ‘eindpunt in de productieketen’ vallen.

Registratie bedrijf bij NVWA

Bedrijven die dierlijke bijproducten (DBP) vervoeren en/of opslaan dienen geregistreerd te staan bij NVWA (Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit). Wanneer jouw registratie doorgevoerd is, worden de bedrijfsgegevens bijgeschreven in het openbaar register (NVWA).

Bij de registratie bij NVWA worden codes gebruikt voor de beschrijving van soorten ‘activiteiten’ (transport, opslag, etc.) en soorten ‘producten’. Deze codes zijn verzameld in het Overzicht van codes.

  • Code voor activiteit. Voorbeeld: code voor ‘vervoer’ is ‘TRANS’
  • Codes voor soorten producten. Laat bij twijfel de verlader aangeven onder welke categorie het te vervoeren dierlijk bijproduct valt.


Let op
:  wanneer de dierlijke bijproducten bestemd zijn voor gebruik in diervoeder, dan geldt aanvullend dat een bedrijf naast de ‘dierlijke bijproducten’ registratie ook over een NVWA registratie voor ‘diervoedertransport’ beschikt.

Eisen vervoermiddelen

De belangrijkste eisen voor vervoermiddelen waarmee dierlijke bijproducten vervoerd worden zijn:

  • Vervoer DBP in gesloten nieuwe verpakkingen of lekvrije voertuigen;
  • Voertuigen moeten schoon en droog zijn voor gebruik en voor zover nodig na elk gebruik gereinigd, gespoeld en/of ontsmet, om versleping te voorkomen;
  • DBP bestemd voor de diervoederproductie moeten tijdens het vervoer op een geschikte temperatuur worden gehouden;

Etikettering/bebording

Bij grensoverschrijdend verkeer dient de lading voorzien te zijn van een markering (etiket/sticker /bord/…) waaruit blijkt wat voor soort dierlijk bijproduct het betreft.

Voor de markering is voorgeschreven:

  • Bewoording en kleurcodes (zie tekstgedeelte hieronder).
  • Zichtbaarheid; de markering dient duidelijk zichtbaar te zijn (van een afstandje), de tekst dient leesbaar te zijn (van dichtbij).

De plaats van de markering hangt af van de situatie:

  • Verpakte producten: op de verpakking
  • Bulk / los gestort: op de wagen / tank / container waar het dierlijk bijproduct in zit.

Ondernemers zijn vrij in de keuze van:

  • Soort materiaal waarvan de markering is gemaakt; sticker, kunststof, houten paneel, …
  • Wie de markeringen levert; zelf markeringen maken / aanbrengen is toegestaan.
  • Vorm en afmeting van de markering. Bij vervoermiddelen waarmee bulkproducten vervoerd worden zijn ruitvormige markeringen van 20×20 cm tot 30×30 cm veel toegepast, maar dat is geen wettelijk voorgeschreven model.
  • Positie van markering op verpakking / wagen. Zolang de markering maar snel zichtbaar en leesbaar is.

Bewoording en kleurcodes

Bij grensoverschrijdend vervoer moet de markering voorzien zijn van de juiste:

  • categorie-aanduiding;
  • tekst;
  • kleur.

Ondernemers zijn vrij in de keuze van de EU-taal waarin de markering wordt opgesteld.

Een paar van de veelgebruikte markeringen bestaan uit de volgende tekst/kleurcombinatie:

Voor specifieke dierlijke bijproducten/situaties kunnen hier afwijkende ‘specifieke teksten’ van toepassing zijn. Bijvoorbeeld:

  • Voor dierlijke mest geldt: ‘Categorie 2’ en het woord ‘mest’.

Hier is een volledig overzicht van de voorgeschreven teksten en kleurmarkeringen te vinden.

Een voorbeeld van een veel gebruikte opmaak en markering is: